Waarom ben ik hier?

Jaren geleden had ik het voorrecht 10 dagen te mogen meedraaien in een boeddhistisch klooster in Japan. Ik werd compleet opgenomen in de gemeenschap van boeddhistische monniken. Zat net als zij Zen om 04.00 uur ’s morgens. Kreeg net als zij, als ik op dat tijdstip tijdens de meditatie in slaap dreigde te vallen, een klap met een houten plank op mijn schouder. Had overdag zoals de anderen corvee. Het vegen van de tempel tussen de prachtige beelden was mijn favoriete bezigheid, maar ook werd ik regelmatig ingezet voor het boenen van het sanitair. Hoogtepunt waren de dagelijkse, gezamenlijke maaltijden die in volstrekte stilte werden genuttigd. De bedoeling was dat je je intensief concentreerde op hetgeen je in je voedselnap aangeboden kreeg. Hoe het gezaaid was, hoe het groeide, geoogst werd en was bereid. Heel bijzonder! Vooral omdat ik me toen pas realiseerde hoe groots de natuur voor ons is. Zen leert je respect voor al wat leeft.

De verwondering dit allemaal mee te mogen maken was groot. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik aan het eind van mijn Zen-verblijf nog maar één prangende vraag had voor de stokoude abt van het klooster, die mij op audiëntie ontving en me toestond slechts één vraag te stellen. Dit was mijn vraag: “Waarom ben ik hier?” Het antwoord kwam resoluut: “Om deze vraag te stellen.” Dat heeft me lang aan het denken gezet.

Nog vol van wat ik beleefd had, meldde ik mij op het volgende adres: zo’n klein rustiek Japans hotelletje met veranda’s en trappetjes en schuifdeurtjes van rijstpapier. Ik kom mijn badkamer in en tref daar een bovengemiddeld grote, harige spin. Ik heb het niet op spinnen. Helemaal niet. Maar na 10 dagen Zen komt het niet in je op om hem door te spoelen. Eerbied voor al wat leeft hè? Dus haal ik uit de woonkamer een prullenbakje en met afgrijzen wurm ik met een kartonnetje de spin daarin. Kartonnetje er bovenop en de kamer uit, op weg naar een veilige natuurlijke plek voor mijn spin. Helemaal Zen.

Op de veranda, ongeveer naast mijn kamer, zit een Japanse bewaker met een militaristisch uniform en van die soldatenkistjes. Hij ziet mij mijn kamer uitkomen. Beetje gek gezicht, zo’n  Europese vrouw met schrikogen en een prullenbakje met gestrekte arm zover mogelijk voor zich uit. Hij loopt achter mij aan. Kennelijk wil hij er meer van weten. We vormen een ware processie. Af en toe hoor ik mijn spin in het prullenbakje omhoog klimmen en weer naar beneden vallen. Ik griezel ervan maar zet door, want Zen is Zen, eerbied voor al wat leeft.

Beneden aangekomen zoek ik een mooie struik uit. Hier hoort ie. Voorzichtig trek ik het kartonnetje van het prullenbakje, toch een tikkie trots op mijn heldendaad. Nog voorzichtiger draai ik het prullenbakje om. Mijn spin laat zich vallen, net naast de struik. De Japanner achter mij komt naar voren en zet kordaat zijn hak op het dier, dat nog even kraakt. Niks Zen.

Liefs, Erica

Geef een reactie

Reacties (2)

  1. anne says:

    Leuk verhaal, Erica …. maar iedere ziel (mens) is anders ook al zit jij op het moment in een en sfeer (en) dan doe je dat alleen….
    Ken je het gevoel dat je een goed gesprek hebt gehad en dat blijkt dat de ander’en iets heel anders hebben begrepen ?
    Iedereen is uniek en dat is de waarheid ook iedereen zijn eigen waarheid.

    ps g……eniet van al je documentaires

    mvg

    anne.

  2. miko says:

    leuk die reisprogramma,s, en vooral onder gewone mensen in verre landen,leuk te zien
    hoe deze mensen dagelijks leven, zo ook bij Spoorloos die kom t ook op allerlei verschillende
    locaties bij een zoektocht,deze week in zuid-korea,komt in kleine dorpen,goed inzicht
    in de leefomstandigheden van weer gewone mensen.
    vr gr. wiko