Teruggaan

Vanmorgen las ik een e-mail van een vriendin die een verhaal schreef over haar reis door Canada. Aangezien ik 2 keer door dat enorme land gereisd heb, één keer met een camper en één keer met de trein, las ik haar verslag met meer dan gemiddelde aandacht. Al lezende vroeg ik me af of ik bij het lezen over plaatsen waar ik met mijn vrouw geweest ben niet droevig of melancholiek diende te worden, want dat gebeurde niet. En met enige schrik stelde ik vast: ik hoef niet meer terug naar Canada.

Terwijl ik, in tegenstelling tot mijn vrouw, altijd terug wilde!

Altijd een nieuw plan

“Volgend jaar weer!” Hoe vaak heb ik het niet geroepen? Amper thuis of ik wilde terug. Naar het bekende en het veilige. Het heeft een tijd geduurd voor ik mijn vrouw bekende dat ik haar dankbaar was dat ze altijd met een nieuw plan kwam aanzetten. Dat ging niet 1, 2, 3, dat ging geleidelijk. Tot de dag aanbrak dat ik tegen haar zei “ik hoef niet meer, we hebben de wereld bereisd, het wordt voller en voller, ik ben tevreden met reisjes in de omgeving.”

Ik vermoed dat ik niet de enige ben met wie het zo gelopen is.

Elke dia een verhaal

Ik schrijf deze woorden nadat ik honderden dia’s in een grote zwarte zak naar de vuilnis heb gebracht. Na ze allemaal één voor één bekeken te hebben. Dagen ben ik ermee bezig geweest. Wat me verbaasde was dat ik het kon, ze bekijken en dan in die grote zak gooien. Elke dia vertelde een verhaal, ik keek van herinnering naar herinnering, soms werd ik droevig, soms moest ik lachen en er kwamen plaatjes die ik met geen mogelijkheid kon plaatsen. Zijn dit bergen in Noorwegen of Nieuw Zeeland? Kamperen we hier in de uitgestrekte leegte van Australië of zitten we voor onze camper in Syrië? En ik vroeg me af of het waar is dat er voor alles een tijd is. Een tijd om geen 40 kilometer te lopen, je niet te schamen voor de elektrische fiets en de avond waarop je na een glas wijn aangeeft dat je het tweede afslaat. Alsof het zo moest zijn las ik een kritiek over The Voyage Out ( De Uitreis) van Virginia Woolf, en wel de volgende regels: “Thuisblijven, had ik dat maar gedaan, denk ik vaak. Iedereen zou thuis moeten blijven. Maar dat doet natuurlijk niemand.”

In mijn eentje naar Melbourne

Net toen ik bovenstaande had bedacht en opgeschreven verschenen er dia’s die zich niet weg lieten knippen. Onvergetelijke momenten. Mijn vrouw op een stoeltje in de woestijn in Syrië. Samen in de sneeuw op de Mount Egmond in Nieuw Zeeland. Alsof het zo moest zijn verscheen Australische Rachel in beeld. We hebben haar en haar man Robbie ontmoet in het Noorden van India, de provincie Ladakh. Enkele jaren later stond ze plotseling voor onze deur. Zonder Robbie, die was er met een ander vandoor gegaan. De vriendschap met Rachel bleef. Nadat mijn vrouw overleden was belde ze me op en zei dat ik moest komen. “Helemaal in m’n eentje naar Melbourne?” riep ik geschrokken. Nu is het ruim een jaar later en na veel aarzelen, bang zijn, wikken en wegen heb ik haar geschreven dat ik kom. Toch weer op reis. Ik schijn het niet te kunnen laten.

Toch weer reiziger

Waarom ik ga begrijp ik zelf niet helemaal. Ik vermoed om flinker te doen dan ik ben. Of omdat de kinderen roepen “doen papa, je bent nog fit, straks kun je niet meer.” Een vervelende stem in me zegt “man, wat haal je je aan? Je bent al 3 keer in Melbourne geweest, wat moet je er nog? Je lijkt wel gek, 22 uur in een vliegtuig, ga toch lekker naar Terschelling.” En dan besluit ik dapper dat ik het reizen voorgoed gehad heb en dat het hoogst onverstandig zou zijn zo ver van huis te gaan. Maar dan komt er weer een e-mail van Rachel, met de vraag of ik in november of december kom! En dan antwoord ik toch weer, zonder een moment na te denken dat december me beter uitkomt. Waarbij ik niet vermeld dat ik voor december kies omdat ik dan weg ben met Sinterklaas, Kerst en Oud en Nieuw. Niemand tot last. Behalve Rachel, maar ja… had ze me maar niet een jaar lang moeten uitnodigen… Het gekke is dat ik, vanaf het moment dat ik Rachel definitief heb laten weten dat ik kom, mijn dagelijks leven veranderd is. Ik wandel weer langs zee, door de bossen, zelfs door de mij overbekende stad. Maar anders, omdat ik weet dat ik toch weer op reis ga. Ik ben nog wel hier, maar al een beetje weg. Toch weer reiziger. Toch weer nieuwsgierig naar daarginds. Ik dacht dat het voorbij was. Maar dat is het niet. De verbazing daarover vind ik leuk.

Geef een reactie

Reactie

  1. Redwine says:

    Ik vind dit leuk, je gaat je gevoel achterna. Het voelt ook goed. Het verleden is geweest en de toekomst lonkt weer. gewoon gaan. fijne tijd. Lydia