Telefoon!

Tot de corona-uitbraak was de agenda van het Koninklijk Huis rijk gevuld: het koninklijk paar en vooral ook oud-koningin, prinses Margriet waren elke week wel ergens in het land te vinden voor het verrichten van een opening, een tewaterlating en een hele reeks werkbezoeken. Ook eventuele uitgaande officiële bezoeken en staatsbezoeken zijn even in de ban gedaan. En ten paleize doet het hof er alles aan volgens de nieuwe gedragsregels te leven.

Zo werd onlangs de traditionele Uitblinkerslunch op Paleis Noordeinde aangeboden in de Grote Balzaal. Deze grootste zaal in het paleis biedt immers genoeg ruimte om de strategie van de ‘anderhalve meter’ in de praktijk te brengen. De zaal heeft bovendien een ruime toegang via de Achtervestibule en de Staatsietrap. Wat niet zichtbaar is: de koning en de koningin werken gewoon door. Van werkbezoeken wordt pas achteraf melding gemaakt, uit vrees voor een te grote toestroom van publiek. En: veel contacten lopen meer dan ooit via de telefoon.

Nieuwerwets

Al meer dan 100 jaar wordt in de Nederlandse paleizen van telefoontoestellen gebruik gemaakt. De telefoon kwam in de laatste decennia van de 19de eeuw door Alexander Graham Bel tot grote ontwikkeling in het buitenland. Nederland volgde snel. Al in 1881 opende de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij in Amsterdam zijn kantoor naast het Paleis op de Dam. Maar het zou nog vele jaren duren voordat het paleis overging tot de installatie van zo’n nieuwerwets ding als telefonie.

Want hoe kon je veiligheid garanderen? Verbinding moest nog altijd tot stand worden gebracht door een telefoniste in de telefooncentrale. En zo’n meisje kon meeluisteren. Maar aan het begin van de 20ste eeuw was het duidelijk dat een telefoon niet kon worden gemist. Het was het sluitstuk van een lang traject. Voor snelle communicatie zond de koning gewoon een koerier: een supersnelle ruiter op een jong, vitaal en goed geoefend rijpaard, die berichten doorgaf van en aan ambassadeurs, informanten en buitenlandse collega-staatshoofden. Soms werden die koeriers wel eens overvallen en belandde een bericht in verkeerde handen. Tijdens een ernstige scheepsramp van de veerboot Harwich-Hoek van Holland in 1907 was de koerier van koning Edward VII (op weg naar de hoven van Berlijn en Kopenhagen) één van de slachtoffers. Hij overleefde de ramp niet en niet alle post en bagage kon worden gered…

De telegraaf

Een grote vooruitgang was de telegraaf. In de Franse Tijd was het bij helder weer mogelijk binnen een dagdeel een bericht te zenden van Parijs naar Paleis Het Loo in Apeldoorn. Door een ingenieus staketsel met gekleurde ballen die van positie konden worden gewijzigd, werd een codetaal uitgebeeld. Via de Amsterdamse Westertoren en de toren in Amersfoort konden telegrafisten met een verrekijker het bericht lezen en doorgeven. Niet dat het een mooi gezicht was, zo’n gekke installatie op het dak van het paleis, maar men wist waar men aan toe was.

100 jaar later was de telefoon al aardig ingeburgerd. In 1915 waren 75.000 abonnees op het telefoonnet aangesloten, en koningin Emma en koningin Wilhelmina waren geen uitzondering. Sterker: voor de koningin-moeder op het Haagse paleis Lange Voorhout belde je ‘gewoon’ nummer H-558, zo leert een oud telefoonboek in het Haagse Gemeentearchief ons.

Vaste lijn

Paleis Het Loo (in die tijd toch de zomerresidentie van een regerend vorstin) beschikte pas sinds 1913 over een vaste lijn. Meer dan 30 jaar na de telefoonaansluiting die de Hawaiiaanse koning Kamehameha III zich wenste in zijn Iolani Paleis te Honolulu… Maar nu deden koningin Wilhelmina en prins Hendrik toch ook mee in de vaart der volkeren. Op de koninklijke bureaus kwamen hoge, zwart glimmende en koperen toestellen te staan. Aanvankelijk hield de koningin daar niet zo van, maar zeker nadat zij bij de Duitse inval naar Londen uitweek, zag zij het nut in van telefoneren, nu familie en regering zo verspreid waren geraakt.

Gebruikelijk communicatiemiddel

Voor koningin Juliana en prins Bernhard was telefoneren natuurlijk een gebruikelijk communicatiemiddel voor overleg en of het uitwisselen van informatie. Prinses Juliana werd in 1934, toen zij in het buitenland was, telefonisch op de hoogte gebracht van de dood van haar vader prins Hendrik. Op latere leeftijd besteedde prinses Juliana vele uren aan het telefonisch voorlezen van brieven van haar moeder Wilhelmina aan haar zelf, aan de briograaf van haar moeder, professor Fasseur. Prins Bernhard had de gewoonte op de gekste tijden vanuit zijn verrekken op Soestdijk oude vrienden te bellen.

Eigentijdse monarch

Tegenwoordig gaat alles nog gemakkelijker en is ook een vorst niet meer gebonden aan de locatie waar het telefoontoestel staat. Koning Willem-Alexander, een eigentijds monarch, gebruikt zo’n beetje alle denkbare middelen: pc, ipad en natuurlijk het mobieltje. Maar toch, in de buurt van haar grote bureau in haar Werkkamer op Het Loo denk ik wel eens terug aan hoe het eens begon: de eerbiedwaardige koningin Wilhelmina en haar hotline met haar premier…

Geef een reactie