Spookbeelden

Op zondagmiddag stond ze voor de deur. Ik had toen nog praktijk aan huis, maar geen dienst. Ik kende haar goed, want ze kampte al jaren met depressies waar geen kruid tegen gewassen leek. De laatste keer was ze gedwongen opgenomen, maar kennelijk was ze met ontslag. Te vroeg, zag ik al door het glas van de deur.

“Ik wil euthanasie en jij moet me daarbij helpen”

Ik liet haar binnen en ze viel met de deur in huis. “Ik wil euthanasie en jij moet me daarbij helpen”, zei ze. We tutoyeerden, want waren beiden even oud en zo’n lange ziektegeschiedenis schept ook een band. Maar hier overviel ze mij toch mee. Het speelde ver voor de euthanasiewet. Ook toen al hielpen dokters bij een milde dood, maar voor psychische problemen was dat nog minder gewoon dan nu.

Tijd nodig

Gelijk was duidelijk dat ik er niet onderuit kwam. Maar ik had denktijd nodig. Ik bood aan dat zij de volgende dag aan het einde van het spreekuur zou komen om haar vraag uitgebreid te bespreken. “Ik hoor het al, je wilt me niet helpen”, zei ze. Ik verzekerde haar dat ik haar vraag serieus nam, maar dat ze mij ook even tijd moest gunnen. Schoorvoetend zegde ze toe te komen.

Ze verscheen de volgende dag niet. Heimelijk was ik er niet rouwig om, want maandagen zijn hectisch in een huisartspraktijk. Maar het bleef in mijn hoofd rondspoken en toen de politie op woensdag belde, wist ik meteen waarom. Of ik haar wilde identificeren, want dat konden ze de familie niet aandoen. Ze was van een flat gesprongen, vlak bij mijn praktijk.

Spookbeelden

Haar ouders bleven altijd boos op mij. Niet dat ik het had moeten voorkomen, maar dat ik haar niet met euthanasie had geholpen. Het is nu meer dan 30 jaar geleden. De beelden van die zondagmiddag en de week erna spoken altijd weer door mijn hoofd als ik hoor over euthanasie voor psychische problemen.

Over deze column is een interview gepubliceerd in de zaterdagbijlage van de Volkskrant van 9 juni 2018.

Geef een reactie