My home is my Palace

Kort geleden werd bekend hoe de nieuwe ontvangstvertrekken op Paleis Huis ten Bosch er uit zien, na de grondige restauratie en aanpassing aan de eisen van deze tijd. Koning-Willem-Alexander is van Villa Eikenhorst in Wassenaar naar dit oude familiepaleis verhuisd en hij kan er in grootse stijl ontvangen. Met zijn gezin bewoont hij een gedeelte van een van de zijvleugels, maar het accent ligt toch op de historische vertrekken, waarvan de centrale Oranjezaal de oudste is. Gedurende alle eeuwen vanaf de bouw in 1645 is aan het gebouw veranderd. En dat is nu eenmaal onoverkomelijk, niets is immers zoals het blijft?

Stadhouderlijke glorie

Mensen zijn rare wezens. Aan de ene kant zijn onze ogen gericht op de toekomst en willen we datgene wat wij in het ‘nu’ hebben relevant maken, en aan de andere kant hechten we aan historie en vinden eigentijdse aanpassing aan een historische setting gevaarlijk. Of tenminste zonde. Zo is er veel veranderd in het oude hoofdgebouw van het paleis. De Oranjezaal, met de barokke schilderingen die de gloriedaden van stadhouder Frederik Hendrik bejubelen, werd niet lang geleden, nog onder koningin Beatrix, gerestaureerd. Maar de grootste veranderingen volgden een eeuw later, in de 18de eeuw. De gevel werd toen naar voren gebracht, zodat binnen een ruime vestibule ontstond, bereikbaar via een breed bordes. Boven die nieuwe vestibule kwam een kleine balzaal. Maar beeldbepalende (buiten!) was de toevoeging van twee vleugels. In onze tijd vinden we dat een mooie, monumentale oplossing om binnen meer ruimte te creëren. Dat was omstreeks 1735, de tijd van stadhouder Willem IV. Was er destijds sprake van protest tegen deze schending van het oorspronkelijke gebouw? Ik denk het niet. Nu vinden wij dat het gebouw er door deze toevoegingen uitziet als een écht paleis!

Op z’n Chinees

Maar de stadhouders Willem IV en Willem V hadden ook oog voor de binnenkant! Willem IV liet de van oorsprong Franse architect Daniel Marot (die veel voor Paleis Het Loo heeft gewerkt) op Huis ten Bosch een prachtige eetzaal ontwerpen, de Witte Eetzaal. Hier worden vanouds kleine lunches of diners gegeven, bijvoorbeeld aan vertrekkende ambassadeurs. Maar de zoon van stadhouder Willem IV spande de kroon als het gaat om verbouwingen. Misschien zegt het iets over de liefde van Willem V voor het paleis waar hij zo vaak verbleef met zijn ouders? En elke generatie wil toch iets blijvends nalaten? Dat heeft hij dan ook gedaan. Hij zijn artistieke vrouw prinses Wilhelmina van Pruisen waren liefhebbers van ‘chinoiserie’. Alles wat er maar een beetje oosters uitzag werd omarmd: oosters porselein, lakmeubelen en geborduurde zijde.  Exotische was helemaal ‘in’, en dus kwam er een Chinese Zaal en een Japanse Zaal en ze bestaan gelukkig nog steeds. Sterker: ze zijn in oude luister hersteld.

Een deugdzame koning

De wanden van de Chinese Zaal zijn bedekt met rijstpapieren behangsels die de landbouw in China voorstellen. De Japanse Zaal is imponerend door de betimmering van zeldzame houtsoorten, waarbinnen zijden behangsels zijn aangebracht, versierd met kleurige vogels en bloemen. De oude Groene Salon ziet er nu heel anders uit dan in de tijd van Willem V. Hij is herdoopt in ‘DNA Salon’, met een wandversiering die uit blokjes bestaat, geïnspireerd op DNA-strengen van de koning, de koningin en prinses Amalia. Iets geheel nieuws, iets van deze tijd. Maar behouden bleef het witte stucplafond uit de tijd van prins Willem V. En ook dit plafond heeft een decoratie die de laat-18de-eeuwse voorliefde  van de laatste stadhouder en zijn vrouw verraadt. In de hoeken van het plafond zijn Chinese karakters verwerkt. Eén ervan kan worden vertaald met: “Als dit Huis [van Oranje!] vol deugd is, zal het hele land bloeien in weldadigheid”. Kijk, dát is nog eens een belofte!

Lees ook: de column van Paul Rem over de verhuizing van de koninklijke familie.

Geef een reactie