En wéér wordt het 4 mei

Elk jaar gaan aan de vooravond van de nationale herdenkingen in mei stemmen op om deze traditie af te schaffen of in ieder geval langzaam af te bouwen, dan wel anders in te vullen. Maar als het aan mij ligt, houden we deze herdenkingen tot in lengte van jaren in stand. Er is wat mij betreft zelfs ruimte voor een nieuwe traditie, in de vorm van de Nationale Veteranendag.

De vlag halfstok, samen kijken naar de nationale herdenking op de Dam en om acht uur twee minuten (vroeger een minuut) stilte. Zo ben ik – zelf ‘van na de oorlog’ – opgevoed en dat heb ik ook mijn twee zoons meegegeven. Die twee minuten ben je stil en betracht je eerbied aan de slachtoffers. Waar je ook bent, al is het in het buitenland, waar ik met het oog op MAX Maakt Mogelijk nogal vaak verblijf.

De rechtstreekse televisie-uitzending van de bijeenkomst op de Dam – waar ik gelukkig steeds meer kinderen en jongeren onder het publiek tel – wordt door miljoenen Nederlanders gevolgd. Vorig jaar trok de Nationale Dodenherdenking op NPO 1 2,9 miljoen kijkers, terwijl nog eens 1 miljoen mensen dezelfde ceremonie zagen op NPO 2. Naar de daaraan voorafgaande herdenking op de Waalsdorpervlakte keken 900.000 mensen. Het bewijs dat de nationale herdenking nog steeds in een grote behoefte voorziet.

Nog steeds kippenvel

De bijeenkomst bij het monument op de Dam met de kranslegging door koning Willem-Alexander en koningin Máxima blijft een indrukwekkende plechtigheid. Diep raakte mij persoonlijk de toespraak die generaal b.d. Peter van Uhm, oud-commandant der strijdkrachten, daar op 4 mei 2013 hield. Met eenvoudige korte zinnen zonder moeilijke woorden slaagde Van Uhm erin tot de kern door te dringen. Heel Nederland hing aan zijn lippen. Als ik de tekst teruglees, krijg ik weer kippenvel. “Mensen werden opgepakt, vervolgd omdat ze geen wij waren maar zij. Mensen werden vermoord, uitgeroeid, louter om wie ze waren.” En “De strijd voor rechtvaardigheid is nooit over. De strijd voor de vrijheid begint elke dag opnieuw, in jezelf en in de samenleving.” Van Uhm besloot als jonge jongen het leger in te gaan, te dienen, omdat volgens hem daarin de sleutel ligt. “Wie dient, denkt niet alleen aan ik. Wie dient, denkt ook in wij. Daar begint de overwinning op het onrecht. Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid in een betere wereld, die maak je samen.” Van Uhm sloot zijn treffende speech af met de woorden: “Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid van 4 mei óns helpt om in tijden van ik, het wíj terug te vinden. Want niet vanuit het ik en het zij, maar vanuit het wij ontstaan de goede dingen. Dát heeft de geschiedenis ons geleerd; dat moeten we blijven herdenken, dat moeten wij blijven afspreken met onszelf en met elkaar.”

‘The last post’

Blijven herdenken. Zoals sinds 1928 in het Belgische Ieper iedere avond stipt om acht uur ‘The last post’ wordt geblazen onder de Menenpoort. Een prachtige traditie waar ik een groot voorstander van ben. Die poort draagt de namen van 54.896 in de Eerste Wereldoorlog vermiste soldaten van het toenmalige Britse Imperium. Ook de toenmalige vijanden zijn in bijna even grote getale gevallen en worden bij deze ingetogen plechtigheid betrokken.

Dat tijdens de Dodenherdenking op 4 mei ook Duitse soldaten en foute Nederlanders zouden moeten worden herdacht of dat de herdenking samen met Duitsers zou kunnen plaatsvinden, daar ben ik niet voor. Dat is trouwens een kwestie waar de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt en met name de Joodse gemeenschap het meeste recht van spreken in heeft. Terecht heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei gesteld dat de slachtoffers worden herdacht, niet de daders. Herdenken is iets anders dan verzoenen; daar is op andere dagen in het jaar ruimte voor. Ieder land herdenkt op zijn eigen wijze zijn eigen oorlogsslachtoffers. Ondanks dat Nederland en Duitsland inmiddels een goede onderlinge verstandhouding hebben, lijkt me een gezamenlijke herdenking gezien alle sentimenten die nog steeds leven op dit moment een stap te ver.

Bommen op burgers

Ik waardeer het initiatief dat het Nationaal Comité heeft genomen om dit jaar voor het eerst een Nationale Kinderherdenking te organiseren. In Madurodam staan basisscholieren stil bij de doden uit de Tweede Wereldoorlog, de offers die toen gebracht zijn. Als dat niet was gebeurd, hoe had ons leven er nu in Nederland dan uitgezien? Daar moeten we ons nu elders in de wereld – maar soms ook heel angstig dichtbij – weer heftige conflicten worden uitgevochten, blijven afvragen. Op het moment dat u dit nu leest, vallen bommenregens op Syrische steden. Niet kazernes, maar onschuldige burgers zijn het doelwit. Complete steden worden platgebombardeerd. Dat kan en mag niet de oplossing zijn. Om tot vrede te komen is iets anders nodig, daarvoor moeten we uiteindelijk met elkaar in gesprek raken.

Dansen en drinken

De verhalen uit de oorlog moeten verteld blijven worden opdat ook voor de jongste generatie die nu dansend en drinkend de muziekfestivals van 5 mei bezoekt, zich realiseert dat in vrede leven niet vanzelfsprekend is en dat daar een hoge prijs voor betaald is. Ik vrees dat die boodschap tijdens die feestdag een beetje ondergesneeuwd is geraakt. We mogen niet ophouden het doel en de achtergrond van die dag onder de aandacht te brengen. Daarom sta ik ook voor de volle honderd procent achter de petitie ‘vraag 5 mei vrij‘; 5 mei is de enige dag in Nederland die voor iedereen van belang is, en waarop we ongeacht religieuze achtergrond of andere verschillen samen vieren dat wij hier in Nederland vrij kunnen zijn. Daarom moet 5 mei ieder jaar een nationale vrije dag zijn. Wat mij betreft mag Hemelvaartsdag of Tweede Pinksterdag daarvoor ingeruild worden.

Nieuwe traditie in de maak

Over nationale dagen gesproken, een nieuwe fantastische traditie is in de maak. Op 25 juni zouden we allemaal een Witte Anjer moeten dragen als symbool van waardering en respect voor alle Nederlandse veteranen. Dat MAX dit initiatief van harte ondersteunt blijkt wel uit het feit dat via MAX Magazine maar liefst 375.000 Witte Anjers onder onze leden verspreiden. Het is goed om je te realiseren dat we onze vrijheid mede te danken hebben aan de mensen die we nu veteranen noemen. In de Verenigde Staten is de waardering voor veteranen veel groter. Als daar een veteraan de bioscoop binnenkomt, gaat iedereen staan en wordt er geapplaudisseerd. Zo iemand heeft zich ingezet voor de vrijheid van zijn medeburgers, soms met gevaar voor eigen leven. De lichamelijke en psychische gevolgen voor de veteraan zelf kunnen zeer heftig zijn. Gelukkig geeft Defensie de laatste tijd meer aandacht aan de van een missie teruggekeerde militairen. De Witte Anjer moet net zo’n status krijgen als de ‘poppy’; de klaproos die iedereen in Groot-Brittannië draagt ter gelegenheid van Remembrance Day, als de slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog en alle oorlogen daarna worden herdacht. Veteranen horen bij de Tweede Wereldoorlog en Nederlands-Indië, maar net zo goed bij alle Nederlandse missies daarna.”

Geef een reactie

Reacties (10)

  1. Dreumes says:

    Toch moeten wij deze 2 dagen in ere houden, ik ben van na de oorlog, maar die 2 dagen mogen nooit weggaan, een andere opstelling misschien, maar laat ze staan, in deze tijd is het nog HARDER nodig.

  2. LUIGI says:

    4 en 5 mei moeten ten allen tijde blijven

    1. c.maaswinkel@ziggo.nl says:

      Foei, het is te allen tijde !

  3. c.maaswinkel@ziggo.nl says:

    Goedemiddag, mijnheer Slagter,
    Dank voor uw indrukwekkende column. Ik ben een weduwe van 77 jaar en sta dus eigenlijk te boek als ‘oorlogskind’. Juist deze dagen heb ik op mijn facebook pagina melding gemaakt van een dagboek dat mijn moeder tijdens de hongerwinter van 1944 tot aan de bevrijding heeft geschreven. Als ik het dan voor de zoveelste maal lees, dan realiseer ik me dat dit eigenlijk een document is dat niet in de vergetelheid mag geraken. Ik heb niet het eeuwige leven en geen nadebestaanden in de zin van kinderen die er iets mee zouden kunnen doen. Ik neem de vrijheid u het gedeelte dat ik op faceboek plaatste toe te sturen. Wellicht is het iets voor het volgend jaar om tijdens een uitzending voor te lezen. Dat zou ik zelf heel graag doen en dat zou ik ook kunnen (zei zij eigengereid!). Het dagboek is in het oud Nederlands geschreven en dus ook in haar handschrift. Ik ben zelf schrijfster van columns en verhalen en ik heb het document geredigeerd om het beter leesbaar te maken. Ik hoop dat u dit gedeelte van haar dagboek met vergelijkbare gevoelens zult lezen en de gelegenheid heeft om er wat bekendheid aan te geven in een van uw programma’s.
    Bij voorbaat dank voor uw aandacht.
    Met vriendelijke groet, Drs. Carla Maaswinkel.

    quote
    .
    Toen mijn moeder in 1983 overleed, kwamen wij tussen haar spulletjes een dagboek tegen waarin zij de hongerwinter beschrijft in briefvorm, bedoelt voor een tante en een oom, die in België woonden. Het verzenden van post was toen niet mogelijk .Ik was 4 ½ toen de hongerwinter van 1944 zoveel slachtoffers maakte en ik woonde met mijn ouders vlak bij het Bezuidenhout in Den Haag, de wijk die in januari 1945 plat werd gebombardeerd. Mijn oudste zus, Marrie, verbleef in Drenthe, waar ze bij een boerengezin kon aansterken. Ik was daarvoor te klein. Gisteren heb ik dit dagboek weer gelezen. Juist deze dagen, mede door de aandacht die de media aan de WO II geeft, denk ook ik terug aan die angstige tijd met voor mij vage maar ook heel heldere herinneringen. Een bange en ondervoede kleuter. Eigenlijk is dit prachtig geschreven relaas een document, dat meer aandacht zou moeten verdienen. Ik zou het willen voorlezen. Ik ben blij dat ik dit dagboek heb bewaard maar nog meer ben ik trots op mijn moeder, want wat was ze dapper. Ze schrijft haar dagboek vanaf november 1944 en eindigt op 10 mei 1945 als de bevrijding in Den Haag een feit is.

    4 januari 1945. Lieve om en tante.
    Ik ben vandaag ´s morgens naar Zoetermeer gefietst voor wat melk. Al 10 weken heb ik geen druppel melk gezien. Carla komt zoveel tekort. Om half zeven was ik al op pad. Het maantje scheen nog. Het was verschrikkelijk koud. Onderweg kreeg een lekke band. Ik ben toch maar doorgereden. Ik zou en moest melk halen in Zoetermeer en had daarvoor een heleboel schillen gespaard. Viel niet mee op een lege band, Ik ben er gekomen en was om half negen al weer thuis met 2 flessen melk. Om 10 uur kwam iemand een pakje brengen vanuit Valthermont van Marrie. Wat waren we blij met de worst, spek en meel en haar zelfgebakken koekjes.

    6 januari 1945.
    Heden heeft Johan van de zaak 60 kilo aardappelen ontvangen.

    20 januari 1945, 2 uur. Mijn lieverds.
    Nog geen verandering in de toestand. Het is echt te erg om alles op te schrijven. Voor ons stadsmensen is het onhoudbaar. Men sterft op straat. Soms denk je hoe is het mogelijk dat die nog leeft. Het zijn net wandelende geraamtes. Wij eten één maal per dag ons buikje dik en laten anderen van onze gaven mee genieten. Het is soms net een duiventil. Zoveel aanloop als ik dan heb en zo dankbaar men is als er wat is om te geven. Maar ik wacht ook niet tot ik niets meer heb. Ik ben altijd op snor en zie niet op tegen een eind fietsen met schillen. Kleine Carla wordt erg bijdehand. Ze is nu al bijna 5 jaar maar deze oorlogsjaren maken het kind vroeg wijs. Ze is altijd erg angstig en als er weer een bom valt, dan plast ze in haar broekje. Ik krijg het kind niet zindelijk.

    6 februari 1945, 12 uur ´s middags.
    Het is alweer een paar weken geleden dat ik u schreef. De ellende heeft hier een hoogtepunt bereikt. Ik heb al 4 weken geen aardappelen meer gehad. Vanmorgen is een collega van Johan in elkaar gezakt. Morgen is mijn kind jarig en ze zal nog geen eens een briefje van ons hebben. Geen post komt er door. Ook van haar in geen weken meer iets gehoord. Ik heb gepakt en gezakt gestaan om naar haar toe te gaan. Ik kon met een open auto mee naar Gieten, dat is niet zover van Valthermond vandaan. Ik had mijn lichaam met papier bedekt en een deken meegenomen. Toen ik op de afgesproken plaats kwam was de auto nog niet terug van de vorige reis. Het is nu al een week geleden en de auto is nog steeds niet aangekomen. Ik sta nog steeds klaar maar het zal wel niet doorgaan. We verwachten een nieuw offensief.

    12 februari 1945, 10 uur.
    Johan zegt, moet je niet eens schrijven in je dagboek. Dus zal ik het maar doen. Het naarste is, ik kan nooit iets prettigs schrijven en dat houdt me dan ook tegen. Van Marrie nu al 7 weken niets gehoord. Ik ben zo verdrietig. Johan gaat zondag weer op de fiets met massieve banden naar Zwanenburg. Ik weet me geen raad. We hebben straks niets meer te eten. Oh, als u alles hier eens kon zien. Die kindertjes sterven maar zo op straat. Ze lopen dikwijls in deze kou half naakt en huilen van de honger. Ik heb er vorige week weer een mee naar boven genomen. Het kind zag er verschrikkelijk uit. Carla heeft ook altijd honger. Ze komt veel te kort. Ze hangt erg aan me. Ik hoop maar dat ik haar ook niet hoef af te staan. Zaterdag is hier weer een Engelse bom op een huis terecht gekomen. Alle is tot op de grond afgebrand. Ik zag de bewoners op straat liggen. Dood.

    21 februari 1945.
    Ik zit bij een paraffinelichtje te schrijven. Het is een veelbewogen dag geweest. 25 luchtaanvallen hier op de V1 standplaats. We hebben ze geteld. De stukken granaat vlogen over de straat. We zijn erg nerveus . Carla is nu ontzettend bang, Ik vraag me af wat voor een invloed dit op haar zal hebben voor later.

    unquote

    P.S.: in het vervolg wordt ook het bombardement in het Bezuidenhout beschreven en de razzia’s in Den Haag.

    1. Els Brekelmans says:

      Het is een mooi verhaal, maar waarom vallen over een taalfout van Luigi?
      In dit verband vind ik dit, neem mij het woord niet kwalijk erg “mierenneukerig”.

  4. donkernacht56 says:

    Op 4 mei herdenken en op 5 mei vieren dat wij in vrijheid leven en ik heb de petitie vraag 5 mei vrij ondertekend. Juist op zo,n dag zou iedereen vrij moeten zijn, dus geen winkels open enz. En die dag invullen met bevrijdings festivals want muziek bindt, vrij markt of andere dingen waar men zich prettig bij voelt en afsluiten met het bevrijdingsconcert wat nu ook is.
    Maar de verhalen van de Tweede Wereld Oorlog moeten verteld blijven worden, zoals hieronder staat uit dat dagboek, wat een aangrijpend verhaal is dat.
    Misschien zal de invulling van 4 mei tijdens de dodenherdenking in de loop van komende jaren wat veranderen maar op een of andere manier moeten we op die dag herdenken.

  5. kargem says:

    Helemaal mee eens.
    Volgend jaar allemaal de fakkel dragen op 4 en 5 mei……….
    Met het einde van de oorlog
    Kwam het vuur van de bevrijding
    We houden het levend
    Door het verhaal
    Te blijven vertellen.
    Kijk bij http://www.4en5mei.nl
    misschien ‘ n idee om dit speldje volgend jaar bij te sluiten bij Max Magazine?
    Gemma Martin ,Leiden

  6. doortje says:

    Moeder van 91

    Altijd blijven herdenken!

    Jammer dat het verzetsmuseum geen prijs heeft gehad,
    zo belangrijk voor de hedendaagse jeugd!!

  7. Aria says:

    Deze dagen moeten blijven en mogen nooit vergeten worden heb zelf de oorlog mee gemaakt ben in 1929 geboren in schiedam deze gebeurtenis blijft in je geheugen gegrift,door onze verzet strijders en de veteranen hebben wij een hoop te danken daarom ondersteun ik dit MAX initiatief van harte.

  8. oosterwijck says:

    Jan Slachter spreekt over, “De strijd van de rechtvaardigen” en over, “Wij en Zij”. Maar dat zijn zulke betrekkelijke begrippen. … Ik denk daarbij aan de oorlogsmisdaden van Nederland in Indie. … Hebben wij ook niet een land bezet en terreur uitgeoefend op de bevolking daar? Zelfs genocide gepleegd in de jaren, na de afschuwelijke ervaringen, in de periode 1940-1945? Kijk eens terug naar de geschiedenis, hoe het een en ander is gegaan? Hebben wij Nederlanders ook niet de totale bevolking van een eiland op de Molukken uitgemoord, alleen omdat de bevolking zich niet liet knechten en om vervolgens nootmuskaat te kunnen produceren, met behulp van slaven? Ik krijg weer kippenvel

    En dan wil ik even stilstaan bij de misdaden tegen de joden. Bij elke herdenking, elk jaar, moet ik denken aan de bezetting van Palestina door de joden. Ik zie dan de beelden voor me, van een bevolking die uit hun eigen huizen, dorpen, steden, zelfs hun landbouwgronden verjaagd worden, door indringers, die andermans land opeisen, als ware het hun land. Ik zie beelden voor me van een bevolking, die gesard en getreiterd wordt, in hun eigen land, door indringers, die menen dat zij recht hebben daar te mogen leven, omdat in een 2500 jaar oud boek, waarvan de inhoud steeds meer in twijfel getrokken wordt, staat geschreven dat zij daar ooit gewoond hebben. In een boze droom zie ik dan voor me, dat er een Batavier naast mijn bed staat, die mijn huis opeist, omdat zijn voorouders, 3000 jaar geleden, op die plek in een grot woonden. En dus het recht hebben daar te mogen wonen. Als ik aan de bezetting van Palestina denk, lig ik nachten wakker en vraag me af: “Hoe is het mogelijk, dat een volk, dat door de eeuwen heen, overal verjaagd is, vervolgd is, vermoord is, en vaak heeft moeten vluchten, nu zelf een ander volk verjaagd, vervolgd, vermoord en dwingt te moeten vluchten”? … Ik krijg weer kippenvel.