Een goudvink kan zich doodschrikken!

“Meneer, ik heb een tropische vogel gezien weet u welke dat kan zijn? Hij was vuurrood!” Ja, soms strijkt er zomaar een heel bijzondere vogel neer in uw tuin en als die vogel goed te zien was en een vuurrode borst heeft dan is het geen tropische vogel maar een… goudvink!

Prachtige slome dikkerd

‘Even gauw de verrekijker pakken!’ Bij veel kleine vogels bent u al gauw te laat als u de verrekijker niet onder handbereik heeft en zijn ze al snel gevlogen. Bij de ontdekking van zo’n prachtige goudvinkman hoeft u zich niet te haasten. Ze lijken een hekel aan bewegen te hebben, want ze blijven vaak rustig minuten lang stil voor zich uit zitten staren. Die onbeweeglijkheid maakt ze uniek in de vogelwereld en is een goed veldkenmerk. Maar goudvinken herkent u toch wel direct, want met zijn karmijnrode borst ‘spat’ hij toch wel van de takken af. Bovendien lijkt hij zich nogal ‘dik te maken’ met zijn bolle verenpak. ’s Winters als het koud is, blaast de goudvink zich nog verder op en stil zitten gaat best met zo’n dik donzen dekbed om je heen.

Geen poot om op te staan

Goudvinken zitten bij voorkeur in een boom en klimmen langs de takken op en neer. Zo af en toe ziet u ze wel op de grond, maar dan hippen ze langzaam voorwaarts en slepen soms bijna met de borstveren over de grond. Ze zoeken dan naar zaden, slakjes en vruchten. Gewone vinken zijn veel viever en beweeglijker. Ook zult u nooit een groep van 100 goudvinken zien. Een stuk of 4, 5 goudvinken samen is al gauw het maximum. Rust is het devies en het is zelfs zo dat goudvinken een zwak hart hebben en zich soms zomaar doodschrikken, kooivogelhouders weten dat!

Knoppenbijters werden gevreesd

Nog niet zo heel lang geleden kon u een vergunning krijgen om goudvinken af te schieten. In de oude hoogstamboomgaarden konden ze aardig huishouden en hun voorliefde voor jonge fruitboomknoppen botvieren. Behendig klauterden ze op hun gemak langs de takken en haalden dan soms een score van 30 knoppen per minuut! Systematisch werd dan de ene na de ander boom van zijn knoppen ontdaan. Bij de moderne laagstam boomgaarden speelt dat probleem niet meer. De snavel is overigens niet half zo sterk als die van de vinken of appelvinken, maar wel heel geschikt om de zachte knoppen af te bijten en te pellen.

Witte vleugelvlek en streep en een witte snuit

Als u een witte vlek ziet wegvliegen met een vogel daaraan vast, dan komen er paar kandidaten voor in aanmerking. Is het een wat grotere vogel dan is het een gaai, is het een kleine vogel dan is het een tapuit of een goudvink. In de kale zandduinen ziet u niet veel goudvinken en in de bossen en tuinen geen tapuiten, dus dat helpt. Krijgt u daarna een vogel met een felrode borst in beeld dan is het al helemaal niet moeilijk meer. De witte vleugelstrepen op de bovenkant zijn ook goed te zien, de witte vlekken aan de onderkant veel moeilijker.

Man en vrouw zijn trouw

Als u goudvinken ziet, dan ziet u meestal eerst het mannetje. Het vrouwtje lijkt een soort ‘misdruk’ van het mannetje. Ze ziet er precies hetzelfde uit, alleen de rode inkt was op! Het zwarte petje heeft ze wel, maar verder is alles grijs en als u niet goed kijkt ziet u ze zo over het hoofd. Als u een goudvinkman ziet, kijk dan goed of er nog een paar goudvinkdames uw krentenboom aan het kaal peuzelen zijn. Zingen zijn ze van nature niet zo goed in. Ze kunnen het allebei een beetje, maar het mannetje fluit het mooist. Het is ook echt een fluitje, een beetje melancholiek, maar wel heel kenmerkend. Meneer kan wel mooi zingen en in gevangenschap schijnt u ze zelfs het Wilhelmus te kunnen leren. Maar ja, als je zo trouw bent als een goudvink en je hebt aan één partner voldoende dan kun je kennelijk AL volstaan met mooi zijn en dikzitten!

Geef een reactie