Buitenlanders

Buitenlanders over de vloer

Ze zijn er weer. De vele duizenden vinken, kepen en sijzen. Van de ene op de andere dag zit onze achtertuin vol met ‘buitenlanders’. Met de integratie hebben ze geen moeite. Ze mengen zich zonder enig probleem met de lokale standvogels en voor ons is het niet te zien of we met een Russische of Hollandse vink te maken hebben. De vinken met een oranje kleurtje zijn wel per definitie buitenlanders. Dat zijn de kepen, die samen met de vinken hier naar toe trekken. Duizenden kilometers hebben ze afgelegd.

Reuzenvogels

En er vindt ook nog een andere trek plaats. Van de bossen naar de tuinen met de vele voedertafels, vetbollen en onkruidzaden. Ik weet het, je mag tegenwoordig het hele jaar door voeren, maar als de nachten kouder worden en de dagen korter, gaat er ook bij mij een knopje om. Ik tast wat dieper in de voederbuidel, sleep dagelijks vetstaven en pindazakjes aan en plaats de voedertafel dicht bij mijn werkkamer, zodat ik er met mijn neus bovenop zit. Meestal kijk ik zo af en toe even naar buiten, maar soms ga ik er echt voor zitten! Het wordt pas echt spannend als ik de verrekijker er op zet. Omdat ze zo heel dichtbij zitten komen de wintergasten als een soort reuzenvogels mijn kijker binnen. Ik zie hoe behendig en snel ze de zonnepitten met hun stevige snavels uitpellen en kijk zo diep mogelijk in de grote glanzende vogel-ogen. Wat zouden ze denken, wat gaat er in ze om.

Vinken

Lang hoef ik niet te wachten, want al snel hoor ik de eerste contactroep, een helder fink-fink en er strijkt een groepje vinken neer op de voedertafel. De roze buiken van de vinkenmannen zijn in de herfst nogal flets en de ene buik is de andere niet! Ze verschillen allemaal een beetje van kleur en ik maak er altijd een sport van om te kijken of ik ze individueel uit elkaar kan houden. Tussen dat fink-fink-geluid door klinkt tot mijn vreugde af en toe een scherp en hees “chééép”. Dat is het geluid wat kepen vaak laten horen en waardoor ze opvallen.

Tijgers in de Kalverstraat

Op de voederplekken heerst een nogal nerveuze stemming, want elk moment kan er een sperwer om de hoek suizen en diegene die dat het laatst in de gaten heeft is meestal de klos. Maar het is wel een zaak van leven of dood en een kleine schrikreactie van één van de vinken is genoeg om iedereen de stuipen op het lijf te jagen. De lefgozers zijn het snelst terug, daarna volgt aarzelend de rest. Een paar minuten later is het weer raak. Geen sperwer te zien, maar je kunt maar beter vluchten in plaats van afwachten. Het is vast net zoiets als winkelen in de Kalverstraat en weten dat ze af en toe een tijger loslaten! Dat opvliegen is een belangrijk moment, want dan worden de kepen pas goed zichtbaar en komen plotseling de oranje vleugeldekveren tevoorschijn, gevolgd door de spierwitte stuit.

Sijzen

Ik had ze al aan onze berkenboom ziet hangen, de sijzen, klein en onopvallend, je zou ze zo over het hoofd zien. Sijzen uit noordelijke streken hebben vaak geen enkele ervaring met mensen en je kunt ze dus rustig van dichtbij bekijken. Ze zijn meestal zo druk bezig met de zaden uit de elzenproppen te peuteren, dat ze de hele wereld om zich heen lijken te vergeten. Ze hebben ontdekt dat pinda’s ook best heel lekker zijn en dat pinda’s uit een netje halen veel minder energie kost dan al dat gepeuter in elzenproppen. De oranje pindanetjes zijn favoriet en op de bekende en behendige mezenmanier halen ze daar de pinda’s uit. Af en toe komen ze ook een bad nemen of drinken uit mijn vijver. Zaadeters moeten nou eenmaal veel vaker drinken dan mezen en merels. Van al die droge zaden krijg je dorst!

Groenlingen

Op het netje, gevuld met zonnepitten zie ik plotseling een wat dikkige, voornamelijk groenige vogel verschijnen van fors huismusformaat. Een andere groenling komt aanvliegen en het is gelijk ruzie. Groenlingen zijn een beetje toverbalvogels. Als ze zitten doen de groenlingen hun naam eer aan en zijn ze overwegend groen. Als ze fladderen met hun vleugels en ze spreiden hun staart dan worden vooral de mannetjes plotseling geel… De vrouwtjes zijn grijsgroen van kleur en vallen veel minder op. Ik moet altijd extra goed kijken om zeker te weten dat ik met de groenlingvrouw te maken heb. Vrouwtje huismus en vrouwtje vink lijken, vooral bij ongunstige lichtval, oppervlakkig gezien wel een beetje op de groenlingvrouw.

Bonte specht

Met een zwierige opwaartse zwaai kleeft zich plotseling een grote bonte specht aan de paal van de voedertafel. Het is een prachtig mannetje met vuurrode onderstaart en een opvallend rode vlek op zijn achterhoofd. Als hij aan het pindanet gaat hangen roetsjen de sijzen en groenlingen weg. Stuntelig hakt mijn specht erop los, terwijl hij aan het netje heen en weer bungelt. De pindastukjes spatten in het rond en op de grond zetten de groenlingen blij met de plotselinge pindaregen, hun maaltijd voort.

Geef een reactie