Thuisblijven op de bank

Patrick Wessels: ‘Wie lekker thuisblijft voelt zich deze winter een stuk beter’

De winter liet zich al een paar keer overweldigend zien, en met de rest van februari voor de boeg is dat misschien nog niet ten einde. Zo’n witte sneeuwdeken is prachtig, maar maakt het voor velen ook lastig om erop uit te trekken. Laat staan code rood door ijzel en temperaturen rond het vriespunt. Veel te guur om buiten de deur de gezelligheid met elkaar op te zoeken. Het gevolg? We blijven noodgedwongen vaker thuis.

Een duidelijke reden

Dat zijn we niet gewend, maar het hoeft geen tekortkoming te zijn. Het kan juist heel goed voelen, omdat we er een duidelijke reden voor hebben. Het brein rechtvaardigt dat we de deur niet uitgaan, door situational justification. We gebruiken externe omstandigheden om gedrag te rechtvaardigen, waar we ons diep vanbinnen eigenlijk heel goed bij voelen.

Het weer is daarvoor heel goed geschikt. Het verandert een ‘nee, ik heb geen zin om te gaan’ naar ‘met dit weer kan ik helaas niet komen’. Geen ‘ik zeg af’, maar ‘door de sneeuw kan ik de deur niet uit’. Geen smoes, maar een sociaal geaccepteerde reden.

Gerechtvaardigd thuisblijven

Dat lukt bij sneeuwval of ijzel, bij regen en bij gure temperaturen of harde wind. En zelfs bij een grijze winterperiode, die niet bepaald uitnodigt om eropuit te trekken. Het biedt de kans tot cocooning. Thuisblijven en ons terugtrekken in de eigen veilige omgeving, zonder de buitenwereld in te hoeven.

Het is een psychologisch fenomeen, waar velen van ons eigenlijk relatief veel behoefte aan hebben. Maar waar we te weinig aan toekomen, omdat de buitenwereld ons aanspoort tot sociale activiteiten. Vanuit sociale druk die anderen ons bewust of onbewust opleggen. En vanuit het gevoel te missen wat er buiten de deur allemaal gebeurt.

Binnenblijven wordt vaak gezien als iets tijdelijks of zelfs problematisch. Alsof binnenblijven gelijkstaat aan stilstand, terwijl eropuit trekken vooruitgang en ‘meedoen’ betekent. Terwijl, eigenlijk is het geen vermijding, maar regulatie. Het brein zoekt naar balans tussen prikkels en herstel. De ideale balans is voor iedereen anders, en in veel gevallen voelen we ons verplicht om te veel prikkels op te blijven zoeken.

Slechte voorspellers

Daar komt nog een ander psychologisch principe bij: affective forecasting. Het brein is bijzonder slecht in voorspellen hoe we ons op een later moment in de tijd zullen voelen. We overschatten hoe leuk dat etentje zal zijn. En onderschatten hoe fijn het eigenlijk voelt om lekker thuis te blijven. Tot we eenmaal op de bank zitten, met een kop thee en een deken of met een goed glas wijn. Dan denken we: dit had ik eerder moeten doen.

Het levert bovendien een aantal andere voordelen op. Zoals minder impulsaankopen, meer comfort, minder ‘drukte’ in ons hoofd. Het is geen luiheid, maar een gevoel van werkelijke ontspanning. Door even niets te doen.

Deze winter herinnert ons aan thuisblijven

Wat dat betreft is zo’n natte, grijze en koude winter eigenlijk helemaal geen slecht idee. We zijn gewend om altijd onderweg te zijn en elkaar op te zoeken. Om met elkaar af te spreken en de weekenden vol te plannen.

Wie dat doet verwart drukte met betekenis. Deze winter herinnert ons dat thuisblijven ook waarde heeft. Dat nietsdoen niet leeg is, maar dat het bijdraagt aan balans. Rust is geen pauze van het echte leven, maar is er onderdeel van.

Laten we dat de komende weken omarmen. Zelfs als het buiten aangenamer wordt en weer begint uit te nodigen om eropuit te trekken. We hoeven niet steeds naar buiten. Zowel de winter als de andere seizoenen zijn ook heel goed geschikt om af en toe lekker thuis te blijven. Laten we proberen dat opnieuw te waarderen.

Consumentenpsycholoog Patrick Wessels combineert nieuwsberichten, wetenschappelijke artikelen en praktische tips, om dieper op de consumentenpsychologie in te gaan. Lees hier alle columns van Patrick Wessels

Geef een reactie