De Amerikaanse presidentsverkiezingen van na 1945, deel 1

Iedere 4 jaar gaan de Amerikanen naar de stembus om een kandidaat te kiezen voor het presidentschap van de Verenigde Staten. Dit jaar staan 2 onconventionele presidentskandidaten tegenover elkaar en kunnen de Amerikanen voor het eerst een vrouw benoemen voor het machtigste ambt ter wereld. Maar hoe zijn die verkiezingen in het verleden verlopen? Hier volgt een overzicht van de race naar het Witte Huis van na 1945 tot heden.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn doorgaans een race tussen 2 politieke partijen: de wat rechtse conservatieve Republican Party (Republikeinen) en de wat linkse en enigszins progressieve Democratic Party (Democraten).

Links en rechts in Nederland vergelijken met de Amerikaanse tegenstelling is moeilijk vanwege een ander politiek spectrum in de VS. De VVD zou dan de rechtse kant van de Democratic Party bestrijken terwijl de partijen links van de Nederlandse liberalen het linker kamp van de Democraten zouden vertegenwoordigen. Nederlandse kleine rechtse Christelijke partijen en de PVV zullen zich meer herkennen in de politiek van de Republican Party. Maar dan nog zijn de verschillen zeer groot. In Nederland zullen er nauwelijks of geen politici te vinden zijn die herinvoering van de doodstraf bepleiten. De Amerikaanse presidentskandidaat die zich tegen de doodstraf uitspreekt, is bij voorbaat kansloos voor het hoogste ambt.

Kiesmannen

In de Verenigde Staten wordt de president niet rechtstreeks verkozen maar via een stelsel van kiesmannen. Iedere staat heeft een aantal kiesmannen en het minimale aantal van een staat is 3. Het aantal inwoners bepaalt grotendeels het aantal kiesmannen. Zo heeft de één op na grootste staat Texas er 38 terwijl de grootste staat Alaska het moet doen met slechts 3 kiesmannen. In totaal zijn er 538. Dat is het aantal senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden bij elkaar plus de 3 van Washington D.C. (District of Columbia), het centrum van de macht.

Het aantal kiesmannen per staat wordt bijgesteld na een volkstelling. De kandidaat die de meeste stemmen van de stemgerechtigde burgers in 1 staat krijgt, wint daarmee de stemmen van alle kiesmannen van die staat. De kandidaat die meer dan de helft van alle kiesmannen achter zich krijgt, wordt president.

Het kan dus gebeuren dat niet de kandidaat die landelijk de meeste stemmen weet te vergaren president wordt. Dat geschiedt in het jaar 2000 als vicepresident Al Gore het opneemt tegen zijn Republikeinse rivaal George W. Bush. Gore krijgt landelijk de meeste stemmen, maar Bush weet te winnen in staten met veel kiesmannen. Het Kiescollege roept daarom Bush uit als president.

Truman

Na de dood van president Roosevelt op 12 april 1945 neemt vicepresident Harry S. Truman het roer over. Hij neemt besluiten waarvan de effecten tot op de dag van vandaag merkbaar zijn. Zo gooit hij 2 atoombommen op Japan om een eind aan de Tweede Wereldoorlog te maken. Na WO II en de val van nazi-Duitsland is het communisme de nieuwe vijand en begint de Koude Oorlog. De zogenaamde Trumandoctrine wordt ingevoerd waardoor ieder land dat zich verzet tegen communistische overheersing op steun kan rekenen van de VS. Daardoor staan indirect bij vrijwel ieder conflict het Oosten en het Westen tegenover elkaar. Voorbeeld hiervan is de Koreaanse oorlog die tot vandaag voortduurt. Ook erkent Truman in 1948 als eerste de onafhankelijke staat Israël en staat hij aan de wieg van de in 1949 opgerichte Verenigde Naties. Daarnaast voert Truman het Marshallplan uit dat behelst dat West-Europese landen financiële steun krijgen van de VS voor de wederopbouw.

Overigens is Roosevelt 4 keer president geweest. In 1951 neemt het Amerikaanse Congres een wet aan waarin staat dat een president zich maar eenmaal herkiesbaar mag stellen. Als dan zittende president mag Truman zich dat dus ook nog meerdere keren veroorloven. Maar als hij na 2 presidentschappen de voorverkiezingen voor zijn derde ambtstermijn verliest, geeft hij de pijp aan Maarten.

De eerste verkiezingen na WO II vinden plaats in 1948.

amerikaanse presidenten

 

1948: Harry S. Truman (D)-Thomas E. Dewey (R)

Gouverneur van de staat New York Dewey neemt voor de tweede maal deel aan de presidentsverkiezingen. In 1944 verliest hij van de Democratische president Roosevelt.
Truman heeft problemen binnen de eigen gelederen en begint de race tegen Dewey daarom met een achterstand. Truman zet zich in voor gelijke rechten tussen blank en zwart, wat vooral in de zuidelijke staten op weerstand kan rekenen. Voor de verkiezingen splitst een deel van de Democraten die voor rassenscheiding zijn, zich af.

Cliché

Dewey houdt zich op de vlakte en doet veel clichématige uitspraken. 1 daarvan luidt: ”U weet dat uw toekomst nog voor u ligt”. Truman gaat in de aanval en verwijt Dewey niet te diep in te gaan over nijpende kwesties.

Truman loopt wat in op zijn rivaal, maar de pers gaat ervan uit dat Dewey zal winnen. In het Trumankamp is men ook van verlies overtuigd. Dat blijkt wel uit het feit dat een aantal medewerkers van Truman al aan het solliciteren is naar een andere baan. Als de eerste uitslagen binnenkomen, ligt Truman op kop. Het is een voorsprong die hij niet meer zal afstaan.

Rommelig en warrig

De uitslag van de verkiezing verloopt erg rommelig en warrig. 1 krant, The Chicago Daily Tribune, brengt naar buiten dat Dewey zich president van de VS mag noemen. Ze doen dit nog voor de stembureaus zijn gesloten. Als alle stemmen zijn geteld blijkt het tegenovergestelde en verschijnt een grijnzende Truman voor de camera’s met voor zich de voorpagina van The Chicago Daily Tribune. Van dit moment zijn meerdere filmbeelden en foto’s.

Truman wint de verkiezingen met 49.55% van de stemmen tegen 45.07% voor Dewey. 303 kiesmannen gaan naar Truman, 189 naar Dewey.

1952: Dwight D. Eisenhower (R)- Adlai E. Stevenson II (D)

Adlai Stevenson is een intellectuele, welbespraakte politicus en diplomaat. Hij weet alle gelederen van de verdeelde Democratische Partij achter zich te krijgen. Hij wint de nominatie van zijn partij.

‘Ike’ Eisenhower is een 5-sterrengeneraal die als opperbevelhebber van de geallieerden Europa heeft bevrijd van de nazi’s. Hij is de eerste opperbevelhebber van de in 1949 opgerichte NAVO. Na een bittere campagne voor de nominatie van de Republikeinse Partij wordt de oorlogsheld gekozen als de Republikeinse kandidaat voor het presidentschap.

eisenhower_shutterstock

Joseph McCarthy

In die tijd gaat het de VS economisch voor de wind. De strijd spits zich toe op het buitenlands beleid. Eisenhower richt zich op de oorlog in Korea en communisme. Het is de tijd van de communistenjager Joseph McCarthy die zijn angst voor het communisme onder andere projecteert op vermeende communisten die bij de overheid zouden werken onder Truman. Veel Democraten, onder wie Eisenhowers vriend Truman, vergeven het de oorlogsheld nooit dat hij de steun van de omstreden McCarthy accepteert. Tevens richt Eisenhower zich op de vrouwelijke kiezer. Met de slogan en het lied I Like Ike voert Eisenhower campagne.

Stevenson daarentegen bekritiseert het paranoiagedrag dat er heerst in de VS: er zouden overal communistische complotten zijn. Stevenson verwijt Eisenhower het volk angst aan te jagen en onschuldige overheidsmedewerkers te beschuldigen en intimideren.

Eisenhower wint de verkiezingen makkelijk, onder meer doordat veel vrouwen op hem stemmen. Hij krijgt 55.18% van de stemmen tegen 44.33% voor Stevenson. Hij krijgt de steun van 442 kiesmannen tegen 89 voor Stevenson.

1956: Dwight D. Eisenhower (R)- Adlai E. Stevenson II (D)

Wederom staan dezelfde kemphanen tegenover elkaar. Er is in het Republikeinse kamp twijfel over de gezondheid van Eisenhower die in 1955 een hartaanval krijgt. Toch kiezen de Republikeinen de zittende president als hun kandidaat. Ook Stevenson wordt zonder veel moeite gekozen tot kandidaat voor zijn partij.

amerikaanse presidenten

Adlai E. Stevenson

Vrouwelijke kiezer

Het is de eerste presidentsrace waarin televisie een belangrijk medium is voor het voeren van campagne. Stevenson heeft geleerd van de vorige keer en zowel hij als Eisenhower richten hun aandacht in spotjes veelal op de vrouwelijke kiezer. Doordat Eisenhower nog steeds grote populariteit geniet als oorlogsheld, leidt hij de race vanaf het begin. Stevenson bepleit een minder harde aanpak van de Sovjet-Unie en is voorstander van een wederzijds moratorium op het testen van nucleaire wapens. Eisenhower is daar tegen hoewel hij in het geheim werkt aan een voorstel voor het verbieden van nucleaire testen in de atmosfeer.

Rassenscheiding

Vlak voor de verkiezingen vinden een aantal voorvallen plaats die Eisenhower aan een zekere overwinning helpen. In Hongarije vindt een volksopstand plaats tegen het communistische regime. Een paar dagen later valt het Rode Leger het land binnen. Het is voor veel Amerikanen reden te stemmen voor de president die voor een harde aanpak van de Sovjet-Unie is. Daarnaast neemt Eisenhower een wet aan die rassenscheiding op scholen verbiedt. Hij krijgt daarom 40% van de zwarte kiezers achter zich, hetgeen aanzienlijk is voor een Republikein.

Eisenhower wint de verkiezingen met 57.37% van de stemmen tegen 41.97% voor Stevenson. Eisenhower krijgt de stem van 457 kiesmannen tegen 73 voor Stevenson.

Nikita Chroesjtsjov

Onder het presidentschap van Eisenhower loopt de Koude Oorlog verder op. Hij breidt het aantal kernwapens aanzienlijk uit. Eisenhower zorgt in 1953 voor een wapenstilstand in de oorlog met Korea, een oorlog die officieel tot op vandaag voortduurt. Eisenhower komt aan de macht tijdens het hoogtepunt van de Amerikaanse paranoia voor binnenlandse communisten. Toch weet hij in 1959 tot een ontspanning te komen tussen Oost en West als de Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in de VS op bezoek komt. Van een tegenbezoek is het nooit gekomen omdat kort daarop de piloot Gary Powers boven de Sovjet-Unie wordt neergeschoten in zijn U2, een spionagevliegtuig.

1960: Richard M. Nixon (R)-John F. Kennedy (D)

Nixon is na 8 jaar vicepresident onder Eisenhower klaar voor het grote werk en stelt zich kandidaat voor de Republikeinen. Kennedy is een onbekende en is niet de eerste keus van zijn partij. Hij weet toch de nominatie in de wacht te slepen door de Texaanse protestant Lyndon B. Johnson aan te stellen als beoogd vicepresident. Daarmee is de kans ook groter dat ze op de dag van de verkiezingen de staat Texas kunnen winnen.

Kennedy heeft een aantal andere problemen. Zo is hij katholiek en de protestanten zien dat absoluut niet zitten. Het zou voor het eerst zijn dat een katholiek het hoogste ambt zal bekleden. Kennedy neemt een uitnodiging aan om met 400 dominees in discussie te gaan tijdens een daarvoor speciaal belegde bijeenkomst. Hij weet de protestantse geestelijken te overtuigen en krijgt de steun van een deel van hen.

amerikaanse presidentsverkiezingen

John F. Kennedy

Ziekte van Addison

Een ander probleem is de lichamelijke gesteldheid van de energiek ogende, jonge Kennedy. Hij is tijdens WO II gewond geraakt en draagt regelmatig een korset tegen de pijn in zijn rug. Tevens heeft hij de ziekte van Addison, een hormonale ziekte. Als dit naar buiten zou zijn gekomen, dan was Kennedy bij voorbaat kansloos voor het presidentschap.

Tijdens de campagne besluit Nixon alle 50 staten aan te doen, een zeer vermoeiende opdracht. Hij krijgt een infectieziekte en moet 2 weken het ziekenhuis in. De Republikein valt vele kilo’s af, maar besluit zijn reis door Amerika voort te zetten.

Televisie

Voor het eerst zullen de 4 verkiezingsdebatten live op tv worden uitgezonden. Achteraf blijkt het eerste debat beslissend. Kennedy bereidt zich op de dag van het debat rustig voor. Nixon trekt het hele land door en is niet bezig met het debat van die avond. Als de kiezers ‘s avonds de tv aandoen, zien ze een kalme, presidentiële Kennedy die zich heeft laten schminken. De sterk vermagerde Nixon ziet er bleek, zweterig en onrustig uit. Hij heeft een crème op zijn gezicht gesmeerd. De mensen die naar de tv hebben gekeken, vinden dat Kennedy het debat heeft gewonnen. De radioluisteraars vinden het tegenovergestelde. Het tv-debat markeert het begin van de steeds groter wordende invloed van de media.

Martin Luther King

Vlak voor de verkiezingen word dr. ds. Martin Luther King gearresteerd tijdens een protestbijeenkomst. Nixon is bevriend met de familie van King en probeert via het Witte Huis wat voor zijn vriend te doen. Het Witte Huis onderneemt geen actie en Nixon laat het hierbij. De Kennedy’s doen er alles aan om King vrij te krijgen hetgeen ook lukt. Hierdoor besluiten veel zwarte kiezers voor de Democraten te stemmen.

Wrang is dat Kennedy eigenlijk niets op heeft met de burgerrechtenbeweging. Hij is als de dood om de zuidelijke blanke kiezer van zich te vervreemden. Op de verkiezingsdag wint Kennedy met een kleine marge: het verschil is slechts 120.000 stemmen in het voordeel van de Democraat. Achteraf blijkt dat als Kennedy de stem van de zwarte kiezer niet zou hebben gehad, hij nooit president zou zijn geweest. Een andere factor voor de winst van Kennedy is de steun die hij krijgt van de vakbonden.

Vermoord

“Vraag niet wat jouw land voor jou kan doen, maar vraag je af wat jij kunt doen voor jouw land”, luidt één van de bekendste uitspraken van Kennedy tijdens zijn inauguratie. Het is nog steeds één van de beroemdste uitspraken van een Amerikaanse president. Kennedy krijgt tijdens zijn presidentschap te maken met de Cubacrisis waardoor de wereld bijna ten onder gaat aan een nucleaire oorlog tussen Oost en West. Tevens breekt tijdens zijn bewind de Vietnamoorlog uit. John F. Kennedy wordt op 22 november 1963 vermoord in Dallas in de staat Texas. In april 1968 wordt King vermoord en in juni van dat jaar Robert Kennedy, de broer van John Kennedy en tijdens diens presidentschap de Openbaar Aanklager.

Lyndon Baines Johnson wordt in het vliegtuig met de dode Kennedy ingezworen als president.

1964: Lyndon B. Johnson (D)-Barry M. Goldwater (R)

Met de moord van Kennedy heeft de Amerikaanse kiezer een zwak voor het presidentschap van Johnson. Ook zijn herverkiezing is voor een deel te danken aan Kennedy’s dood.

Barry Goldwater staat hierdoor voor een onmogelijke opgave. Het campagneteam van Johnson schildert Goldwater af als een racist, omdat hij tegen de wet voor burgerrechten heeft gestemd, The Civil Rights Act van 1964. In werkelijkheid heeft Goldwater zijn hele politieke bestaan voor burgerrechten gestemd maar heeft hij op bepaalde onderdelen problemen met deze wet die onder andere gelijke rechten voor alle rassen waarborgt. Het campagneteam van Johnson maakt van Goldwater een gevaarlijke extremist.

amerikaanse presidenten

Lyndon B. Johnson

Republikeinen voor Johnson

Goldwaters problemen worden nog groter als een belangrijk deel van zijn partij hem niet of met moeite steunt, onder wie voormalig president Eisenhower. Er is zelfs een aantal Republikeinen die met de slogan Republikeinen voor Johnson de achterban oproept om voor de Democratische kandidaat te stemmen. Nixon gaat wel voor Goldwater op campagne, evenals de acteur Ronald Reagan. Reagans rede, A Time for Choosing, is zo populair dat hij meerdere keren wordt gebruikt tijdens de campagne. Het markeert de overgang van Reagan van acteur naar politicus.

Johnson maakt gebruik van de uitglijder van Goldwater die zegt het gebruik van tactische kernwapens te overwegen in onder andere Vietnam. De Johnsoncampagne reageert met de reclame Daisy (Madelief) waarin een meisjes tellend blaadjes van een madeliefje trekt. Als ze bij 9 is gekomen, roept een mannenstem 10 waarna en nucleaire explosie volgt. De naam van Goldwater wordt niet eenmaal genoemd. Het is één van de meest effectieve reclames uit de politieke geschiedenis.

Labiel

Als dan ook bijna 1200 psychiaters zich uitspreken tegen Goldwaters kandidatuur is zijn lot volledig bezegeld. Volgens de psychiaters is Goldwater emotioneel labiel. Dat terwijl geen van hen Goldwater ooit in de praktijk heeft ontmoet. Het krijgt veel publiciteit en Goldwater spant een rechtszaak aan die hij ook wint. Maar het leed is al geschied.

Want sinds 1820 is een presidentschap niet meer zo duidelijk gegaan naar 1 van de 2 kandidaten. Johnson wint met meer dan 61% en Goldwater weet maar 5 staten naar zich toe te trekken.

Tijdens zijn presidentschap maakt Johnson meerdere wetten op het gebied van gelijke rechten, zorgt hij voor een ziekenfonds voor arme mensen en trekt hij ten strijde tegen armoede. Tegelijkertijd loopt het conflict in Vietnam volledig uit de klauwen. Zijn er in 1963 nog maar 16.000 militaire adviseurs in Vietnam, in 1968 is dat aantal opgelopen tot 550.000 vechtende militairen.

Protesten

De protesten tegen de oorlog zijn massaal. Johnson Moordenaar! is een dagelijks te horen slogan in die tijd. Veel Democratische aanhangers zien het met lede ogen aan: hun zonen zijn aan het vechten in Vietnam en worden bij thuiskomst uitgescholden voor babymoordenaars. De pers heeft vrij spel in Vietnam en dagelijks zijn op tv de gruwelen te zien van de oorlog.

De snel veranderende maatschappij, van de truttigheid begin jaren 60 naar de strijd om gelijke rechten in dat decennia, tot vrouwenrechten, rassenrellen en de strijd voor seksuele vrijheid zorgt ervoor dat de gewone burger zich niet vertegenwoordigd ziet in de Democratische Partij. Het is meer en meer een partij van en voor minderheden geworden. Het duurt tot de race van Bill Clinton voor een deel van die kiezers weer op de Democratische Partij stemt.
Door al die problemen besluit Lyndon Johnson zich niet opnieuw kandidaat te stellen voor het presidentschap.

(Bron: CNN, BBC, Discovery Channel, Whitehouse.gov, VPRO, Wikipedia)

Lees ook: De Amerikaanse presidentsverkiezingen na 1945 deel 2 en deel 3

Geef een reactie