Abrikozensloffen van Robèrt van Beckhoven

Deze abrikozensloffen heten sloffen, omdat het gebakje de vorm van een slof heeft. Het is een variant op het ‘Arnhems meisje’, een echte klassieker uit de bakkerswereld. U kunt het maken met boterdeeg of bladerdeeg. En houdt u niet van abrikozen dan kunt u variëren met appel, kersen of ander fruit.

Ingrediënten (voor 10 stuks):

  • 400 gram bladerdeeg
  • kristalsuiker
  • 130 gram amandelspijs
  • 15 gram ei, losgeklopt
  • 30 halve abrikozen (uit blik)
  • abrikozenjam

Extra nodig

  • deegroller
  • steker van 7 centimeter doorsnee
  • bakplaat, bekleed met bakpapier
  • kwastje

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 200 ⁰C.

Rol het bladerdeeg uit tot een plak van ongeveer 5 millimeter dik en steek hier 10 rondjes van 7 centimeter doorsnee uit.

Leg de bladerdeegrondjes op een laagje kristalsuiker en bestrooi met kristalsuiker. Rol de bladerdeegrondjes nu in de suiker gelijkmatig wat verder uit tot langwerpige sloffen en leg ze op de bakplaat.

Slap de amandelspijs af met het ei; voeg eventueel nog een klein scheutje water toe als u hem nog te dik vindt. Vul een spuitzak met de afgeslapte amandelspijs en spuit in het midden van de sloffenbodems een laagje spijs. Beleg steeds met 3 halve abrikozen. Laat 20 minuten rusten.

Zet de abrikozensloffen in de hete oven en zet de temperatuur terug naar 180 ⁰C. Bak de sloffen in ongeveer 25 minuten goudbruin en gaar. Laat afkoelen en bestrijk tot slot met een klein beetje licht verwarmde abrikozenjam.

(Bron: Robèrt van Beckhoven)

Geef een reactie