Deel 2: Operatheaters

Omroep: MAX

Duur: 0:03:35

Uitzending: ma 4 apr 2016 00:00

Deel 2: De operatheaters

1650-1750

Tegenwoordig kan iedereen naar de opera, maar in de begintijd zijn opera’s besloten voorstellingen in paleizen van rijke vorsten, bij wie de componisten in dienst zijn. Maar dat verandert. Opera blijkt zo populair dat in 1637 ondernemers het aandurven om in Venetië een theater te beginnen. En daar kan iedereen naartoe, tenminste, als u rijk genoeg bent.

Spektakel

Om publiek te trekken, moet de opera spektakel bieden. Mooie decors, rare machines en virtuoze stemmen. De zangers groeien uit tot de popsterren van die tijd. Operadiva’s verdienen wel zes keer zoveel als de componist.

Aria en recitatief

Die componist moet ervoor zorgen dat hun stemmen goed en mooi voor de dag komen. En dus wordt de aria uitgevonden. Aria is Italiaans voor lied. In de spraakzang, het recitatief, hoort u het verhaal van de opera. In de aria komen de emoties naar boven, daarin kunnen de zangers, net zoals in moderne popsongs, in talloze variaties zingen over ‘Ik hou van je’, ‘Ik haat je’ of ‘Waarom heb je me verlaten?’

Circus van de stem

De aria’s zijn een soort paspoppen. Tussen de coupletten zit ruimte voor de eigen stemacrobatiek van de zangers. Want voor die loopjes, trillers en hoge noten komt het publiek naar de opera. De opera is het circus van de stem. Hoe spectaculairder hoe beter.

Luistertips:

Twee belangrijke operacomponisten uit de barok zijn Georg Friedrich Händel, een Duitser die de Italiaanse opera introduceerde in Londen en de Venetiaan Antonio Vivaldi. Het beste kunt u beginnen met een cd met hoogtepunten uit hun opera’s.

In deel 3 vertelt Edwin u iets over de castraten. Klik hier als u terug wilt naar het overzicht van de cursus.

Geef een reactie