Tempo Doeloe in Californië

De Hollandse winkel in het Amerikaanse Bellflower verkoopt niet alleen drop en hagelslag maar ook veel producten voor in de Indische keuken. Dat is niet zomaar want aan de zonnige kant van Amerika woont een grote groep Nederlanders met Indische wortels. In Vaarwel Nederland vertellen Wim van Vreeswijk (95) en Bea Gulden (92) hoe Amerika hun beloofde land werd.

Birmaspoorlijn

Wim van Vreeswijk wordt in 1922 geboren in het Javaanse Blora. Als hij 18 jaar is breekt de oorlog uit en moet hij in militaire dienst. Op 8 maart 1942 geeft het Nederlandse leger zich over en wordt Wim als krijgsgevangene overgebracht naar Birma. In het gevangenkamp zijn de omstandigheden slecht, er heerst dysenterie, malaria en beriberi. Uiteindelijk wordt hij tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn. Aan de dodenspoorlijn werken 60.000 krijgsgevangenen, waaronder 18.000 Nederlanders. 1 op de 5 dwangarbeiders overlijdt tijdens die werkzaamheden. Bea vindt het nog steeds een wonder dat Wim naast haar zit. “Veel neven van mij die heel sterk waren zijn niet teruggekomen.”

Koude klimaat

Na de capitulatie van Japan is Wim vrij. Hij wil graag naar Nederland om te studeren maar omdat hij daar geen familie heeft gaat het plan niet door. Uiteindelijk krijgt hij een administratieve baan in Java en komt hij zijn vrouw Wies tegen. Ze trouwen en krijgen een kind. Na een paar jaar werken mag het gezin in 1954 voor een vakantie naar Nederland. Omdat het onrustig en onveilig is voor Nederlanders in Indonesië besluit het echtpaar in Den Haag te blijven.

Het aanpassen aan Nederland valt niet mee voor Wim. Hij voelt zich onzeker in zijn werk en zijn lichaam reageert slecht op het koude Hollandse klimaat. Na 6 jaar is de maat vol en besluit Wim naar Amerika te gaan. Het gezin wordt gesteund door een lokale kerk die garant staat voor de overtocht en het verblijf. In Amerika vindt hij een baan als technisch tekenaar en later als ontwerper van drilboren. Na een gelukkig huwelijk overlijdt zijn vrouw Wies in 2009. 6 jaar geleden komt Wim, via wederzijdse vrienden Bea Gulden tegen. “Misschien heeft God ons samengebracht, we zijn heel erg gelukkig met elkaar.”

Vluchteling

Tussen 1950 en 1965 vertrekken er ongeveer 25.000 Indische Nederlanders naar de VS. Reden is vaak het gure klimaat in Nederland. En veel mensen zijn ook teleurgesteld door de opvang van de Nederlanders die gedwongen Indië moeten verlaten. Bea: “Toen we in Nederland kwamen hadden we niets meer. We moesten een lening bij de staat afsluiten om hier te kunnen leven.” De man van Bea vindt het maar niks in Nederland. Via een vriend komt hij op het idee om naar Amerika te gaan. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De eerste jaren na de oorlog gelden er strenge wetten om Amerika binnen te komen. Een speciale wet uit 1958 zorgt ervoor dat Indische Nederlanders als vluchteling worden toegelaten. Ook Bea en haar man maken gebruik van deze regeling maar de Nederlandse regering laat ze niet zomaar gaan. Eerst moet de lening worden afbetaald.

Kumpulan

Regelmatig bezoeken Wim van Vreeswijk en Bea Gulden in de buurt van Los Angeles waar ze nu wonen een Kumpulan. Dit zijn bijeenkomsten waar herinneringen aan het Indië van toen worden opgehaald met muziek en veel Indisch eten. Na het overlijden van hun partners zijn Bea en Wim sinds 6 jaar een stel. Ze zijn gelukkig samen in hun huisje, met kinderen, kleinkinderen en vrienden in de buurt. De geschiedenis heeft hun leven en hun lot bepaald. “Toen de oorlog begon dachten we waarom wij? Maar ondanks dat zijn we nu gelukkig in Amerika.”

De organisatie SoCalindo organiseert verschillende activiteiten voor Indische Nederlanders die in Californië wonen. Voor meer informatie: socalindo.com

(Beeld: Samie Reynaerts)

Geef een reactie