Toeristen

Amsterdam heeft te veel toeristen en die moeten nu verspreid worden over ons land. Jaren geleden sprak ik in Peking – kan net zo goed schrijven in Purmerend, maar dit staat interessanter – een man die veel met toerisme te maken had en die sprak de volgende wijze woorden: “Jullie moeten er rekening mee houden dat er 1.4 miljard Chinezen zijn. Naarmate onze welvaart toeneemt zullen er steeds meer mensen gaan reizen. Dat zullen er miljoenen zijn. Maak je borst maar nat!”

Eén en al toerisme

Profetische woorden. We hebben onze borst te weinig nat gemaakt en die is nu nat van het angstzweet. Omgekeerd, maar in mindere mate, trekt ook het Westen richting het Oosten. Mijn vrouw en ik reisden nog door stille landen, waar we kwamen werden we bekeken of we van de maan kwamen. Dat er aan ons geld te verdienen viel, die gedachte bestond amper. Hartelijk werden we overal ontvangen, men was dankbaar en trots dat we gekomen waren. Die tijd is voorbij. Vietnam, Thailand, Cambodja en in mindere mate Laos, één en al toerisme. Afrika en Zuid Amerika, zelfde laken een pak.

Welkom voelen

Is daar iets mis mee? Is dit een zeurderige bijdrage van een klagende ouder wordende man? God verhoede het. Ik constateer het met vraagtekens, met lichte melancholie, maar ook met bezorgdheid. Maar niet met vijandigheid. Niet met “ze rotten maar op.” Want ik gun de duizenden jongeren die er dagelijks op uit trekken met heel mijn hart dat ze nog plekken mogen vinden waar een niet eens zo ver verleden nog ongeschonden is. Zoals ik het al die toeristen die naar ons komen van harte gun dat ze zich welkom zullen voelen.

Haagse Voorhout

Ik dacht aan bovenstaande gezeten op een bankje op het oh zo Haagse Voorhout, terwijl horden Japanners, Chinezen, Amerikanen en ga zo nog en tijdje door, aan mij voorbij trokken. Ouderen weer terug op school, de meester wijzend en docerend op kop. Jongeren minder gedwee en op de bekende leergierigen na, meer geïnteresseerd in elkaar dan in de uitleg van de bijna in niets van hen te onderscheiden leraar of lerares. Bij de Chinezen en Japanners viel mij de discipline op, ook bij de jongste deelnemers. De leider met een vlag voorop en de meute als kwakende ganzen gehoorzaam er achter.

Hollandse (voor)oordelen

Na een kwartier vervolgde ik mijn wandeling, dit keer lopend langs kaarten bestuderende , fotograferende, filmende en gidsen bestuderende reizigers. Beelden vastleggend die mij van kind af aan vertrouwd zijn. Het mooie was dat toen ik de blik volgde van al die geïnteresseerde buitenlanders , zag waar ik al jaren aan voorbij loop. Hoe prachtig het Voorhout is. Hoe voornaam de huizen. Honderden jaren vol geschiedenis. En toen ik enkele dagen later vanaf het Centraal Station in Amsterdam naar het Rokin wandelde lukte het als buitenlander om me heen te kijken en te genieten. De lezer vraagt zich nu wellicht af wat ik te beweren heb. Dit; wie reist om te ontdekken wordt een rijker mens. Dat houdt in dat je niet moet vergeten af en toe de ogen te lenen die toebehoren aan mensen die wonen waar jij te gast bent. Om door dat te doen het oh zo Hollandse oordelen, vaak veroordelen, te bestrijden. Mijn hele reizende leven heb ik moeite gehad met ons snelle oordeel over bijvoorbeeld corruptie. De tijd dat ik corruptie in eigen land kon afwijzen is lang voorbij. En toch lees ik dagelijks over ergerlijke corruptie elders op aarde. Als de reiziger iets kan leren is het: bescheidenheid. Waar ik nog aan toevoeg: dankbaarheid. Ver in den vreemde dringen de verworvenheden van het eigen land beter tot je door. Zoals je de schoonheid opnieuw leert zien, kijkend door de ogen van de duizenden die de moeite nemen naar ons land te komen.

Geef een reactie