Syrië

Misschien komt u ze ook tegen, tijdens een wandeling of op weg om boodschappen te doen: mensen die zo overduidelijk niet in ons land geboren zijn. Aan wie je op meters afstand kunt zien dat ze zich nog niet thuis voelen. De schuwheid is nog niet verdwenen, niet uit hun lijf en zeker niet uit hun ogen.

Dat wondermooie land

Het woord ‘vluchteling’ heeft een vertrouwde klank gekregen. Ik kwam laatst een klein groepje tegen, een vader en moeder met 3 kindertjes en een oudere vrouw die ik de rol van oma toebedeelde. Kijkend naar dat hand in hand lopende gezin gleden mijn gedachten naar Syrië, dat wondermooie land waar ik eens met mijn vrouw doorheen reisde. In onze camper, vrij en blij overnachtend waar we maar wilden. Zoals tussen de zuilen van de schitterende tempel in Apanema of in de woestijn op weg naar Palmyra. Ons erover verbazend dat een echtpaar zich zo veilig kan voelen in een land waar het woord vrijheid is uitgewist. In weinig landen hebben we ons zo van harte welkom gevoeld. Ik herinner me de beledigde blik van de groentekoopman toen we wilden betalen. Hoe kwamen we op het idee? Hij vond het een eer dat we naar zijn land gekomen waren! In Palmyra werd mijn vrouw ziek, hulpeloos liep ik door de straatjes op zoek naar een winkeltje waar ik iets te eten kon kopen dat verteerbaar was voor haar zieke lijf. Lang hoefde ik niet te zoeken, van alle kanten kwamen mannen en vrouwen op me af om me, na een wonderlijke pantomime, mee te voeren naar een winkel waar ik rijst kon kopen. Want, overtuigden ze mij en elkaar, als mijn vrouw ergens beter van zou worden dan was het van groenten en rijst. En alweer, van betalen was geen sprake. Een belediging!

Gedwongen

Diezelfde mensen lopen nu in Duitsland, Zweden en Nederland. Of zitten al maanden op Lesbos. En niet 1 van die mensen wilde hun bloedeigen land verlaten. Ook zij waren niet vertrouwd met het woord vluchteling. Misschien vergeten we dat wel eens, dat niet 1 van al die mensen met het plezier waarmee wij onze koffers pakken hun huis hebben verlaten, omdat ze zich verheugden op een vakantie in Overijssel. Ze werden gedwongen het meest noodzakelijke bij elkaar te grissen, omdat hun leider meende slechts de macht te kunnen behouden door zijn volk te onderdrukken.

Onderdrukking

Nu vraagt u misschien of wij iets van die onderdrukking gemerkt hebben. Is nu juist het kenmerk van onderdrukking niet, van vooral geen vrijheid, dat de bezoeker die reist met een paspoort en een visum, niets van onderdrukking merkt? En u wijst er terecht op dat ik begon met te vertellen hoe lief, gastvrij en hulpvaardig de mensen waren? Het antwoord is dat het gemene, het verraderlijke van niets ontziende onderdrukking is dat je er niets van merkt. Tot je in aanraking komt met de alom tegenwoordige mensen die aan de goede kant van de streep zitten. De geheime kant.

Levensgevaarlijk

Op een dag rijden we richting het Koerdische deel van Syrië. We zijn op weg naar een zeldzame oude brug over de Tigris uit de tijd van de Romeinen. We rijden langs groengele linzen- en korenvelden, vruchtbaar land dankzij de Eufraat. Dan valt het mij op dat er een auto al een tijd achter ons rijdt. Bij een benzinepomp stoppen we, de auto stopt ook. 2 mannen stappen uit en komen naar ons toe. Of we ze maar willen volgen naar een kantoortje een eind verderop. Eén van de mannen gebaart dat we moeten gaan zitten, ze trekken hun leren jack uit en ja hoor, allebei een indrukwekkend pistool. Na een uur wachten wordt het me te veel en ik informeer wat de bedoeling is. De man achter het bureau wuift me uit het raam alsof ik een lastige vlieg ben. Pas na 4 uur zitten vraagt hij om onze pasporten, om vervolgens te vertellen dat wij op weg zijn naar gebied van de Koerden, dat het levensgevaarlijk is en dat ze ons volgden om ons te beschermen. Liegen dat het gedrukt staat, maar de leugen professioneel gebracht. En ik denk “hoe gedragen die mannen zich als je nou niet reist met een Nederlands paspoort?” Alsof de God van de Koerden me dat duidelijk wil maken gaat de deur open en wordt een aan handen en voeten geboeide man binnen gebracht. In slecht Engels legt de man achter het bureau uit dat hij gepoogd had te vluchten. We vragen beleefd wat er met hem gebeurt, waarop de man ons aankijkt met een blik die ik nooit meer zal vergeten. “Begrijpen jullie dan werkelijk niet hoe de wereld in elkaar zit?”

En dat is het trieste slot van dit verhaal, ik begrijp inderdaad nog altijd niet hoe de wereld in elkaar zit. Misschien is het treurige van ouder worden dat er een moment komt dat je dat ook niet meer wilt weten.

Geef een reactie

Reacties (2)

  1. oosterwijck says:

    In 1919 heb ik een paar maanden in Syrie gewerkt op een archeologische site. Ik woonde en leefde al die tijd in een klein dorp tussen de bevolking. Daarna heb ik een rondreis gemaakt door Syrie samen met een chauffeur die in ingehuurd had. Het is inderdaad een prachtig land met vriendelijke en gastvrije mensen. Overal werd me aangeboden mee te eten en heel veel gezinnen hadden nog wel een dochter of een nicht voor me beschikbaar, om te huwen. Het probleem is dan ook nooit de bevolking, maar altijd de overheid, die altijd en overal corrupt is. Om een paar voorbeelden te geven: Ik had vooraf een visum geregeld in Nederland en toen ik in Syrie aankwam, mocht ik het land niet in. Er zou iets niet goed zijn met het visum. Ze lieten me 4 uur wachten op de vluchthaven (in de brandende zon) en na dat wachten kon ik een bedrag betalen (gelijk aan een maandloon in Syrie) en kon ik mijn reis vervolgen. Ik had reischeques meegenomen, maar geen bank wilde ze inwisselen. Ik kon extra provisie betalen of anders maar zien hoe ik aan geld kwam. Totdat ik mijn verhaal deed bij de museumdirecteur van Aleppo. Hij ging met mij mee naar de bank en het probleem was opgelost. Daarna heb ik al mijn cheques ingewisseld en reed rond met een kilo bankpapier in mijn tas. Ik werd de gehele tijd gevolgd door een geheim agent, die zo brutaal was, dat hij mij regelmatig aansprak, met mij naar binnen liep in restaurants en bij aan tafel ging zitten en mee at. Ook mijn chauffeur werd steeds uitgehoord. Ik heb die man steeds maar weer overtuigd hoe trots ik was op de oude president (die toen nog net in leven was, in coma). Ik had altijd een foto van hem bij me. De koerden, maar ook de Armeniers, in de omgeving van Raqqa durfden niet te praten over discriminatie. Die voerden hetzelfde toneelstuk op als ik. Het was een prachtige ervaring, maar was pas echt ontspannen, toen ik weer op weg naar huis was hoog in de lucht.

  2. oosterwijck says:

    Typefout ik bedoel natuurlijk 1999.