Het succes van langzame televisie

MAX heeft in 2020 een vliegende start gemaakt. Het afgelopen jaar was al mooi en succesvol, met onder meer zeer goed bekeken programma’s als Het Geheime Dagboek van Hendrik Groen en Heel Holland Bakt. Erg trots ben ik ook op onze programmagids MAX Magazine, met een betaalde oplage van 175.000 het snelst groeiende tijdschrift van Nederland. En wat dacht u van de MAX Ombudsman die in 2019 maar liefst 5.400 leden telefonisch heeft kunnen helpen op het gebied van onder meer consumentenzaken en pensioenen? Over leden gesproken: ons ledenaantal is fors gegroeid van 356.000 naar 370.000 leden! Met de ledentelling in het vooruitzicht hopen wij in 2020 te groeien naar 400.000 leden. Er worden ook weer mooie ledenactiviteiten georganiseerd.

Verrassend en vertrouwd

2020 wordt sowieso een prachtig jaar, waarin we vieren dat MAX 15 jaar op radio en televisie is. Natuurlijk gaan we weer mooie, zowel vertrouwde als verrassende nieuwe programma’s voor u maken. Het bruist bij ons van de ideeën! We trapten het jaar af met de komst van Piets Weerbericht. Naast Piet Paulusma als bekend gezicht van televisie is ook Irene Moors dit jaar bij ons begonnen met Doorbakken, waarin wordt teruggeblikt op de voorbije uitzending van Heel Holland Bakt (dat weer duizelingwekkende kijkcijfers liet zien). We zonden de indrukwekkende documentaire De ogen die Auschwitz zagen uit en in februari start de serie Niet Zonder Ons, waarin MAX weer zijn sociale en maatschappelijk betrokken gezicht laat zien. Aan de hand van professor Erik Scherder proberen we mensen met niet-aangeboren hersenletsel terug in de samenleving te brengen. Diezelfde maand start ook het nieuwe seizoen van Met het Mes op Tafel, onze kennis- én blufquiz.

Waar ik ook erg naar uitkijk is het Eurovisie Songfestival. Met Tijd voor MAX reizen wij af naar Rotterdam en ontvangen daar een week lang de leukste gasten op locatie, dat wil zeggen pal naast het bekende schip de ss Rotterdam.

‘Talkshowoorlog’

Met spanning keken we uit naar de start van Op1, het praatprogramma op de late avond van de publieke omroep dat het gat moest vullen dat was ontstaan na het vertrek van Jeroen Pauw en Eva Jinek. Het experiment van een carrouselmodel met dagelijks wisselende presentatieduo’s pakte goed uit en leidde tot leuke en boeiende televisie. In de media was en is sprake van een ‘talkshowoorlog’ tussen Op1 en Jinek. Daar ga ik niet in mee, maar ik wil hier wel vaststellen dat het verrassende MAX-duo Charles Groenhuizen en Carrie ten Napel het geweldig goed doet. Mijn complimenten!

Dezelfde visie delen

Persoonlijk werd ik begin dit jaar volkomen verrast door het vakmediaplatform Spreekbuis.nl en mijn grote inspirator Joop van den Ende, uit wiens handen ik de Media Oeuvre Award 2019 ontving. In mijn geïmproviseerde dankwoord benadrukte ik dat het succes van MAX uiteraard niet alleen aan mij toe te schrijven is, maar ook aan de talentvolle mensen die ik om me heen verzameld heb. Mensen die met mij dezelfde visie delen op programma’s maken.

Ik ben geen orakel

Dat weerhield de redactie van Op1 er niet van om me aan tafel uit te nodigen samen met Huub Stapel, de acteur die vorig jaar al een mooie serie maakte over Napoleon in Nederland en nu de succesvolle vijfdelige MAX-serie Langs de Rijn presenteert. Het is geprogrammeerd op de zaterdagavond op NPO 2, ‘primetime’ tegenover Wie is de Mol? en weet daar niettemin een publiek van bijna 1 miljoen kijkers te trekken. Het jeugdige Op1-presentatieduo van dienst Sanders Schimmelpenninck (35) en Welmoed Sijtsma (29) probeerde mij een soort orakel-rol toe te bedelen, alsof ik zou beschikken over een glazen bol waarin ik het succes van programmaformats kan ontcijferen. “Hoe weet je nu of iets een succes wordt, Jan?”, werd mij bij herhaling gevraagd, en of dit nu typische MAX-televisie was. Dat laatste kon ik bevestigen; het is wat mensen graag willen zien en wordt ook wel slow television, langzame televisie genoemd. Het geeft mensen de tijd en de ruimte om te kijken naar die prachtige beelden van – in dit geval – de Rijn en te luisteren naar de gesprekken met de mensen die we tegenkomen langs de rivier.

Dat eerste beleidsplan

Toevallig kwam ik bij het opruimen van mijn kantoor (typisch zo’n bezigheid aan het begin van het jaar) het beleidsplan tegen op basis waarvan we anderhalf decennium geleden het omroepbestel binnenkwamen. Iedereen riep destijds: “Tja MAX, ouderentelevisie, dat wordt helemaal niks…” Maar toenmalig staatssecretaris Medy van der Laan had het door en zei: “MAX gaat het anders doen.” Wij schreven in dat eerste plan: we nemen de tijd voor gesprekken, we laten mensen uitpraten. Bij ons is er geen geweld, geen gevloek. We laten ook echt zien wat er te zien is, maken het niet mooier dan het is. Geen vluchtige, snel gemonteerde beelden. En al zeker geen storende harde muziek onder de beelden. En die belofte komen we nog steeds na.

Wij vragen het de kijker

De grote fout die heel veel programmamakers maken is dat ze denken: ik ga een programma maken waar jullie naar moeten kijken. Wij draaien het om. We hebben heel veel contact met onze leden, onder meer op onze ledendagen, leggen ons oor goed te luisteren en doen onderzoek. Wij vragen: wat wilt u graag zien?

Iedereen in de mediasector praat vakgenoten na: het lineaire tv-kijken – gewoon met de afstandsbediening op de bank een avondje tv-kijken – is uit. Dat is gewoon niet waar. Naar programma’s als Wie is de Mol?, Heel Holland Bakt en Boer zoekt Vrouw kijken miljoenen mensen. Neem We Zijn er Bijna!, dat trekt 2 miljoen kijkers! Er gaan miljoenen mensen met de caravan of camper op vakantie. Dus mensen herkennen zich er ook in.

Niet alleen voor ouderen

En ik kan het niet vaak genoeg benadrukken (ook tegen Sander Schimmelpenninick van Op1 die dit weer beweerde): het is echt een misvatting dat alleen ouderen naar onze  programma’s kijken. Naar Heel Holland Bakt keken niet minder dan 3 miljoen mensen. De helft daarvan valt in de leeftijdsgroep 20 tot 49 jaar, in marketingtermen de ‘boodschappers’. Daar kijken ouders met hun kinderen naar, grootouders met hun kleinkinderen. Ook We Zijn er Bijna! is erg populair onder jonge mensen. Dat verbaast mij niet, want het biedt een tegenwicht tegen het negatieve en het haastige in het huidige tijdperk. Het idee dat alles vluchtig en snel moet zijn, daar rekenen wij gewoon mee af!

En wat die oeuvre-award betreft: het doet wellicht vermoeden dat mijn werk erop zit. Ik kan u verzekeren: dat is voorlopig niet aan de orde. Ik hoop me samen met mijn team nog een tijd te mogen inzetten voor u als MAX-kijker, -luisteraar en -lezer!

Geef een reactie

Reacties (4)

  1. simon55 says:

    Omroep Max maakt mooie programma s, alleen doorbakken, gepresenteerd door Irene Moors vindt ik super waardeloos. Had hier ÓÓK véél liever André v Duyn voor gezien. Dus dat programma kijk ik niet meer. Wat ik ook irritant vindt met b v Tijd voor Max , om 17.00 uur , dat zogenaamde lachje , daar wordt je misselijk va. Laat ze dat eens achterwege laten. En , of ik kijk er niet meer na.

    1. joopkemna says:

      Simon55 natuurlik is er wel eens een programma dat je niet ligt dat is ook met andere zenders, maar er zittten knoppen op de afstandsbediening en ik zorg iedere dag weer dat ik het niet mis en met mij velen, zonder me te ergeren. Dat doet men tegenwoordig al veel te veel. Kijk maar in het verkeer!!!

  2. Sofiebraber says:

    Jan Slagter zegt het toch zo duidelijk; Max biedt tegenwicht tegen “het negatieve”. Dus, Simon55, “dat programma kijk ik niet meer”…..
    Jammer voor u!!, want ook ik vond het programma “Doorbakken” in eerste instantie wat tegenvallen, maar ben niet zo snel negatief. Gelukkig maar, want vanaf de derde uitzending wist Irene zich te herpakken (ga er maar aanstaan als opvolger van Van Duin) en nu is het een programma waar wij elke week weer van genieten. Dus dikke duim voor Irene!

  3. Ton de V says:

    Voor een groot deel ben ik het eens met de visie op programma maken. Een paar kleine minpunten vind ik wel dat in sommige situaties de overdracht heel oubollig overkomt, maar dat zal waarschijnlijk ook wel aan het karakter van de diverse presentatoren/ices en gasten liggen. Een ergelijk punt wat ik al vaker heb aangeroerd is dat gedoe met die ouderen die als verwende kinderen met dikke vette caravans en PC Hooft-bakken Europa intrekken. De AOW-ertjes zonder extra pensioen dienen likkebaardend thuis toe te kijken naar het gestuntel. Wellicht is het handiger om via Max wat meer aandacht voor de minder welvarende groep in het 66-plus segment te besteden en kritisch de regering en het parlement te benaderen. Zo langzamerhand is deze groep beneden bijstandsniveau gezakt en diep triest dat hun kleinkinderen het zonder een klein kadootje van opa /oma moeten stellen.