Apetrots op wereldreizigers van toen

Lieve kijkers,

Op reis gaan hoeft niet altijd te betekenen dat je het vliegtuig pakt om de gauchos van de Andes op te zoeken, of een kruidenvrouwtje in Bhutan. Er zijn in Nederland verschillende musea waarin de kunstschatten van allerlei landen en culturen worden bewaard en tentoongesteld. Zo was er een schitterende tentoonstelling in het Rijksmuseum, Azië in Amsterdam. Daar stond het prachtigste Chinese porselein opgesteld, hingen oude schilderijen van het vroegere Batavia en lag er een vuistdik boek van Johan Nieuhof uit 1618. Dat boek bevat 149 afbeeldingen, “naar het leeven getekend”. Hij heeft daar beschilderde Chinese borden en schalen in nagetekend, en daaruit is ons Delfts porselein voortgekomen. Het is meteen in het Frans, Duits, Engels en Latijn vertaald,  want zo belangrijk was dat boek. En dat in 1640!!

Zo’n man spreekt nu tot mijn verbeelding. Wat was ik graag met hem meegegaan!

Maar dit is niet het enige boek dat de VOC ons heeft gegeven. In de 18e eeuw hadden we meneer Valentijn, die in 1724 een kloeke encyclopedie in zeven banden uitgaf. Daarin wemelt het van de prachtige prenten en kleine anekdotes over het dagelijks leven in Oud- en Nieuw Oost-Indië. Over hoe ze ’s avonds in het donker vleermuizen gingen vangen, bijvoorbeeld.

In Jakarta heeft nu de historicus Henk Niemeijer zich in de kelders van het Nationaal Archief opgesloten om zo’n 1000 pagina’s uit de VOC-archieven te digitaliseren, zodat de hele wereld erbij kan. Dat archief bestaat uit de dagregisters van de VOC. Elke dag werd daarin opgeschreven wat er gebeurd was, wie er langs was geweest, welk schip was aangekomen of vertrokken en wat daarin aan kruiden, zijde, rijst, sandelhout en ijzer was gelost of verscheept. Of dat nog niet genoeg is, vond Niemeijer daartussen ook brieven die de VOC aan sultans op de eilanden en Aziatische vorstenhuizen schreef. Hij zag aan die brieven dat wij Hollanders ons tot halverwege de 18e eeuw netjes en beleefd uitdrukten, maar dat er toen een omslag kwam en onze spreekwoordelijke hufterigheid om de hoek kwam kijken. Dat is nou jammer. Wat zou er zijn gebeurd, vraag je je dan af.

Maar Johan Nieuhof, meneer Valentijn en Henk Niemeijer, daar ben ik apetrots op. Zij maken ons duidelijk, hoe belangrijk ons land in al die eeuwen voor de wereld van toen is geweest.

Ik wens u een prachtige reis toe!

Veel liefs, Erica

Geef een reactie

Reactie

  1. Louis Burgemeestre says:

    Ik ben trots op mijn voor vaderen die met de VOC de wereld, befaren hebben.overal handel drijfde maar nooit andere Volkeren gecolloniceerd hebben. De handels posten dat wij opgericht hebben is met de raja ‘ s bij de Hindoe’s en Budhisten gesloten worden,en sultanen bij de moslims volkeren.Onze handels posten op Java hebben wij de toestemming van de Sultan van Banten gekregen, om Jakatra een kleine lampoeng midden in een rawah gebied tot onze posten op te richten.Het was onze plicht dat wij deze fort Batavia als wij door de Sultan van Mataram dat niets te maken heeft met de priangan, hun hoogheidsgebiedt eindigd aan de grenzt tussen midden en West java op.Geattackeerd worde hebben wij de plicht onze handels possten te verdedigen , en wel met succes, zonder enige hulp uit Holland te kunnen verwachten.De millioenen grote leger van de Sultan druipen afof worden gewoon inwoners van Batavia die zo wie zo nooit door sundanesen was bewoond, maar door mensen uit Sumatra borneo, celebes en Maluku wordt bewoond die allemaal basa malayu spreken.Nu ook dank zei Robbert Kennedy ook Papua’s die een tweederangse indonesiers zijn geworden,voor de recht op het surven van Tin in Irian Jaya.Paua’s zijn geen orang melayu, maar hoort tot de melanische volkeren.