Tom Poes

16 maart 1941: de 1e strip van Tom Poes verschijnt

Op 16 maart 1941 verschijnt voor het eerst de strip Tom Poes in de krant, de strip over de slimme kat van de hand van Marten Toonder. Meer dan 45 jaar is de strip in verschillende kranten te lezen. Ook zijn er albums, toneelstukken, hoorspelen en tekenfilms over Tom Poes en zijn vriend Ollie B. Bommel verschenen. De strip is in het begin louter bestemd voor jongeren, maar groeit al snel uit naar een strip die ook voor volwassenen geschikt is met de daarbij behorende thema’s.

Hele generaties Nederlanders zijn met de strips van Tom Poes en Ollie B. Bommel opgegroeid. De strips zijn van uitzonderlijke kwaliteit met de magische tekeningen van Toonder en gaan gepaard met kritiek op de maatschappij. Toonders bijzondere taalgebruik heeft zijn sporen nagelaten in onze vocabulaire en uitdrukkingen. Het belang van Toonder voor de Nederlandse taal is al vroeg erkend, aangezien hij ruim 50 jaar lid is geweest van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij bedenkt de woorden ‘denkraam’, ‘minkukel’ en ‘zielknijper’ en hij is verantwoordelijk voor uitdrukkingen als ‘Geld speelt geen rol’, ‘Verzin een list’, ‘Een eenvoudige doch voedzame maaltijd’ en ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’. Toonder heeft zoveel woorden en uitdrukkingen aan de Nederlandse taal toegevoegd dat hij in 2004 door de lezers van Onze Taal wordt uitgeroepen tot 1 van de 5 invloedrijkste taalgebruikers. Mystiek en esoterie spelen een rol in zijn werk. De strips van Tom Poes en Ollie B. Bommel behoren samen met Eric de Noorman en Kapitein Rob tot de grote 3 uit de Nederlandse stripgeschiedenis.

Marten Toonder

Postzegels gewijd aan Tom Poes en Olivier B. Bommel.

Tom Poes vervangt Mickey Mouse

Marten Toonder wordt op 2 mei 1912 in Rotterdam geboren en is als kind al druk met tekenen. Na zijn HBS-examen gaat hij met zijn vader, een zeeman, mee naar Zuid-Amerika. Daar ontmoet de jonge Toonder de bekende cartoonist van Walt Disney, Dante Quintero. Hij leert Toonder de basisprincipes van het striptekenen. Tom Poes is waarschijnlijk geïnspireerd op Felix de Kat. Phiny Dick, de vrouw van Toonder en pseudoniem voor de tekenaar en illustrator Afine Kornélie Dik, is tevens van invloed op de eerste tekeningen van Tom Poes en Ollie B. Bommel. Zo heeft Tom Poes ook wat weg van haar creatie Miezelientje en lijkt Heer Bommel op Wol de Beer, eveneens een creatie van Phiny Dick. Zij geeft ook de naam aan de kat, Tom Poes, naar het gebakje. De 1e 6 episodes zijn door Phiny Dick van teksten voorzien, daarna schrijft Toonder de verhalen zelf.

Het 1e Tom Poes-verhaal verschijnt op 16 maart 1941 in de Telegraaf als vervanger van de Mickey Mouse-strip, die vanwege de oorlog niet meer uit Amerika komt. De Telegraaf blijft onder Duits toezicht doorwerken tijdens de oorlog. Het is Toonder later verweten dat hij voor de krant heeft gewerkt tijdens de oorlog ook al wordt in de Toonderstudio een illegale pers verborgen waarop verzetskranten als Trouw, Het Parool en Metro worden gedrukt. Tevens heeft hij onderduikers in dienst. In 1944 stopt Toonder bij de Telegraaf en gaat door met de productie van illegale kranten. In 1982 ontvangt Toonder het Verzetsherdenkingskruis. Na de oorlog verschijnen de strips in De Volkskrant en in het NRC.

Toonder zet al snel andere tekenaars in om de strip te tekenen, die door hem zijn opgeleid. Als hij samen met zijn gezin in 1965 naar Ierland verhuist, is eerst Fred Julsing en later Piet Wijn de vaste medewerker van Toonder.

In het 3e verhaal van Tom Poes maakt de Heer van stand Ollie B. Bommel zijn opwachting, eigenaar van kasteel Bommelstein, dat is gelegen even buiten Rommeldam. Het succes van de strip is mede te danken aan zijn komst, aangezien de listige kat een goedbedoelende en naïeve tegenhanger nodig heeft om een spanningsveld tussen de 2 te creëren. Later worden de strips van Tom Poes ook wel de ‘Bommelstrips’ genoemd. Heer Bommel groeit uit tot 1 van de 2 hoofdpersonen van de verhalen: zo zijn de titels van de strips aanvankelijk Tom Poes en de…, in de jaren 50 beginnen de titels met Heer Bommel en de…. De strip is een onderdeel geworden van het Nederlandse collectieve bewustzijn.

Taalgebruik en personages

De diepgang van de strip is vooral gekomen door het negatieve commentaar van Joop Lücker op de strip, die rond 1950 hoofdredacteur van De Volkskrant is. Lücker vindt de strip plat en inhoudsloos. In 1e instantie reageert Toonder verontwaardigd. Dan beseft hij dat hij veel meer met de strip kan doen dan een simpel verhaal te tekenen en te vertellen. Zo ontwikkelen de avonturen van de poes en de beer zich van een sprookjesachtig kinderverhaal naar een literaire strip met bijbehorende volwassen thematiek, waar ook kinderen plezier aan beleven. Toch blijft Toonder zijn lezers aanspreken met ‘oplettende lezertjes’. De tekenstijl, de personages en het taalgebruik groeien met deze ontwikkeling mee.

Toonder geeft aan zijn personages een eigen taalgebruik. Ze gebruiken voor hen bedachte typische woorden en uitdrukkingen. Zo is Heer Bommel bekend van de uitspraken ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’ en ‘Geld speelt geen rol’, terwijl Tom Poes een denker is, een ‘kat van weinig woorden’: “Hm” is zijn meest gedane uitspraak. Het beleefde taalgebruik van bediende Joost wordt gekenmerkt door woorden als ‘Excuseer’ en ‘Met uw welnemen’. Professor Prlwytzkofski gebruikt leenwoorden uit het Duits en markies De Canteclaer leenwoorden uit het Frans. Het taalgebruik van de personages heeft vaak te maken met het beroep dat ze uitoefenen. Politiecommissaris Bulle Bas zegt vaak ‘Je bent er gloeiend bij’ en de meest gehoorde uitspraak van psychiater Zielknijper is ‘Ik zie dat zo dikwijls in mijn praktijk’.

Als je begrijpt wat ik bedoel

De 1e verhalen zijn dus alleen bedoeld voor kinderen en hebben een sprookjesachtig karakter. Het is oorlogstijd en in de strips wordt de werkelijkheid van die oorlog natuurlijk niet beschreven. Zowel voor kinderen als voor Toonder zelf zijn de strips een mogelijkheid om aan de realiteit te ontsnappen. Toch zit er in het 1e verhaal van Tom Poes uit 1941, Het geheim der blauwe aarde, volgens Toonder een subtiele verwijzing naar de bezetter. De dwerg Pikkin laat reuzen groeien uit zijn laarzen, hetgeen een directe verwijzing is van Toonder aan een uitspraak van zijn vader. Als vader Toonder vlak voor de oorlog terugkomt van een reis naar Hamburg, zegt hij: “Als je nu in Duitsland laarzen in de grond plant, komen er soldaten uit.” Tegenover Pikkins plunderende laarzenreuzen plaatst Toonder goedaardige reuzen, die Tom Poes uit klompen laat groeien.

Maatschappijkritisch

Na de oorlog reageert Toonder in zijn verhalen soms op de actualiteit. In Heer Bommel en de kneep van de Knipmenis uit 1951 komt een figuur voor, Lieven Knipmenis, die zich opwerpt als rentmeester van Heer Bommel. In die figuur is de minister van Financiën uit die tijd te herkennen, Pieter Lieftinck. Om Heer Bommels kostbaarheden te bewaken tegen boeven, verkoopt Lieven Knipmenis die kostbaarheden om van Bommelstein een ommuurde vesting te maken en een leger in te huren. Toonder geeft zo commentaar op de discussie over de defensie-uitgaven die destijds woedt. Deze parodie wordt door het NRC niet op prijs gesteld omdat de Bommelstrip volgens de krant een ‘politiekloze plek’ moet blijven in de krant. Toonder zelf heeft later gezegd dat zijn politiek getinte strips niet zijn beste verhalen waren en dat ze gedateerd zijn. Hij heeft zijn tijdloze strips altijd zijn beste strips gevonden.

Vanaf het einde van de jaren 50 spelen maatschappelijke en menselijke thema’s meer een rol in de strips. Toonder houdt de lezer zo een spiegel voor. Hij heeft in zijn verhalen een aversie tegen volksmennerij, menigtevorming en massahysterie. Thema’s als ontwikkelingshulp, xenofobie, voedselproblemen, overbevolking, generatieconflicten en populisme komen in de strips aan bod. In het voorlaatste verhaal, Tom Poes en het Bommel-verschiet uit 1985, wordt een somber toekomstbeeld geschetst: in de in het geheim gebouwde stad van de toekomst, ‘Verschiet’ genaamd, legt niet alleen de natuur het tegen de techniek af, ook heeft de technologie alles overgenomen zodat alles, inclusief de mens, als afval door het riool wordt gespoeld. Uiteindelijk wint de natuur maar we zijn wel door Toonder gewaarschuwd! Hij laat ons de schaduwzijde van de vooruitgang zien, ook al is Toonder geen idealist.

De laatste Tom Poes en Ollie B. Bommel

Als Marten Toonder de 70 is gepasseerd, gaat hij het rustiger aan doen. In de krant worden nieuwe verhalen afgewisseld met oude. Zijn laatste verhaal gaat op 3 oktober 1985 van start in de krant: Heer Bommel en het einde van eindeloos. In het verhaal moet Bommelstein plaats maken voor de nieuwbouwwijk Buitenrommel. Heer Bommel wordt radeloos en verdwaalt in het moeras. Hij komt tot het besef dat hij ‘een zachte vrouwenhand’ mist en vraagt zijn buurvrouw Doddeltje ten huwelijk. Maar eind goed, al goed: ze trouwen en op 20 januari 1986 verschijnt de laatste aflevering uit de avonturen van Tom Poes en Ollie. B. Bommel.

De verhalen van Tom Poes en Ollie B. Bommel zijn verschenen in kranten, in boekvorm en in strips als de Donald Duck. Ook zijn de poes en de beer hoofdpersonen in tekenfilms, toneelstukken, hoorspelen en in musicals zoals Tom Poes en de Nieuwe IJstijd uit 2012. Tevens wordt dat jaar uitgeroepen tot het Marten Toonderjaar, omdat het dan 100 jaar geleden is dat Toonder is geboren. In 1983 komt de tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel uit, geproduceerd door Rob Houwer. Tot en met 1986 tekent en schrijft Toonder 177 verhalen over Tom Poes en Ollie B. Bommel, die 11.768 dag afleveringen bestrijken. Tom Poes is daarmee één van de langstlopende strips van de hand van één en dezelfde auteur.

Marten Toonder

Een heer van stand doet afstand, in 1986.

Op 27 juli 2005 overlijdt Marten Toonder, de invloedrijkste Nederlandse tekenaar, in het Rosa Spier Huis in Laren op 93-jarige leeftijd.

(Bron: Trouw.nl, Avrotros.nl, Lambiek.net, Nu.nl, Kunstpuntgroningen.nl, Anderetijden.nl, Literatuurmuseum.nl, Toondercompagnie.nl, ANP, Wikipedia)

Geef een reactie