Jan Slagter in gesprek met Özan Akyol: ‘Ik gedij perfect in de rol van outsider’

Özcan (Eus) Akyol maakte de afgelopen jaren een bliksemcarrière als gevierd schrijver van 2 bestsellers, veelgevraagd columnist, als maker van de veelgeprezen tv-documentaireserie De neven van Eus en het radioprogramma Onze man in Deventer op NPO Radio 1. Voor Omroep MAX is hij de nieuwe presentator van Sterren op het Doek. Jan Slagter ontmoet de opmerkelijke Eus, die geen blad voor de mond neemt…

Jan: “Veel mensen waren verbaasd dat we jou hebben gevraagd als nieuwe presentator van Sterren op het Doek. Ik zal dat toelichten. Ik heb jou vaak gezien bij De Wereld Draait Door en je bent heel direct, zonder ruis. Ook in De neven van Eus, een geweldige serie trouwens, ben je me opgevallen door je manier van interviewen waarin je heel verrassend kunt zijn. Dus voor mij was het al snel duidelijk dat we jou moesten vragen. Was jij zelf of je omgeving eigenlijk verrast?”

Eus: “Ik was zelf ook verrast. Ik ben 35; pas je dan bij MAX, werd er aan me gevraagd.” Jan: “Natuurlijk ben je nog heel jong, maar ik heb nooit gezegd dat de programma’s van MAX door 50-plussers gepresenteerd moeten worden. We hebben ook Dionne Stax die Van onschatbare waarde heeft gepresenteerd.”

Jan: “Heb je nog getwijfeld?” Eus: “Het programma vind ik geweldig. Ik was een vaste kijker toen Hanneke Groenteman het presenteerde. Ik heb ja gezegd onder het voorbehoud dat ik de vrijheid wilde hebben om echt mezelf te zijn. Niet werken met dichtgetimmerde scripts en  vragen die van tevoren waren bedacht door de redactie. Ik ben namelijk niet een gepolijste tv-maker, maar meer iemand die vanuit zijn  intuïtie handelt. En nee, dat ging niet helemaal zonder slag of stoot, mensen moesten daar wel aan wennen, haha.”

Tranen  met tuiten

Jan: “En heeft jouw aanpak andere, verrassende of heftige gesprekken opgeleverd?”
Eus: “Ja, het wordt best wel rauw af en toe. Het is weliswaar feelgood-televisie, maar het mag van mij soms best wel een beetje schuren. Maar er waren ook gesprekken die zo intiem waren dat de geïnterviewde begon te huilen. Aart Staartjes vertelde over zijn jeugd. In het gezin waarin hij opgroeide stond hij onderaan in de hiërarchie. Zelfs door zijn moeder voelde hij zich niet gezien. Toen hij daarover vertelde, werd hij heel emotioneel. Die uitzending is best heftig, denk ik. Voor mij was het in de interviews vooral de uitdaging om voorbij het imago van iemand te komen. Maarten van Rossem kennen we als die norse, stugge man die de wijsheid in pacht heeft en zich niet snel van de wijs laat brengen. Gaandeweg kwam een andere kant van hem naar boven en veranderde hij van een weinig vrolijke man in een sympathieke figuur. Hij vertelde bijvoorbeeld dat hij enorm is gepest vroeger en dat hem dat heel erg gevormd heeft. Nu is hij degene die de klappen uitdeelt, verbaal, om zo de pesters voor te zijn. Het bleek ook een heel gevoelige man, die huilt bij Disneyfilms. Bambi; tranen met tuiten. En als hij zijn kleinkinderen kinderboeken voorleest, houdt hij het ook niet droog. ‘Ik ben een enorme huilebalk’, vertelde hij.”

‘Dingen overkomen me’

Jan: “Als je niet de presentator was en zelf gevraagd werd om deel te nemen, zou je dat dan doen?”
Eus: “Nee, want ik vind mezelf met mijn 35 jaar nog te jong. Ik moet nog minstens 20 jaar op dit niveau dingen maken, beter worden en mezelf langer bewijzen… Je moet het wel verdienen om in het programma te zitten.”
Jan: “Als je over 20 jaar gevraagd zou worden, waar sta jij dan?”
Eus: “Ik heb écht geen flauw idee. Dingen overkomen me, en ik ben altijd met kerst weer verbaasd over wat ik het afgelopen jaar heb gedaan. Ik zal in ieder geval altijd blijven schrijven, want schrijver ben ik in hart en nieren. Televisie vind ik heel leuk om te doen, maar ik weet niet waar dit allemaal toe gaat leiden. De neven van Eus, daar hebben we heel veel waardering voor gekregen, goede kijkcijfers mee gehaald en zelfs een eervolle vermelding bij de Nipkov-schijf. Weet je Jan, 2 jaar geleden wist ik niet dat ik een tv-programma kon maken en niet dat ik een radioprogramma kon presenteren. Wat ik zeg, het is me allemaal overkomen.”
Jan: “Zou je een talkshow ambiëren?”
Eus: “Daar is al eens over gepraat. Maar wat Jeroen Pauw en Eva Jinek doen, vind ik wel erg ingrijpend op je persoonlijke leven. Ik wil wel graag mijn kinderen zien opgroeien. Maar ik weet niet hoe ik daarover denk als ik 40 of 45 ben.”

‘Mijn ouders zijn analfabeet’

Jan: “Jij bent opgegroeid in de onderklasse van Deventer in een arm migrantengezin met veel problemen. Je vader was een bruut en een
alcoholist, zoals je ook allemaal beschrijft in je boeken. Eigenlijk heel wonderlijk dat jij schrijver bent geworden!”
Eus: “Zeker. Ik kom uit een weinig talig gezin, mijn ouders zijn analfabeet, spreken amper Nederlands, laat staan dat ik als kind werd voorgelezen. Maar doordat ik als kwajongen nogal wat streken uithaalde, kwam ik in het huis van bewaring terecht. Daar ben ik voor het eerst romans gaan lezen. Dat vond ik een sensatie. Ik wist: dit is wat ik ook wil! Ik ben in een schriftje alle moeilijke woorden die ik tegenkwam gaan noteren en zo heb ik mijn taalvaardigheid ontwikkeld.”
Jan: “Krijgen jouw ouders het een beetje mee en zijn ze trots op je?”
Eus: “Nee, ze krijgen weinig mee. Met mijn vader heb ik al 17 jaar geen contact meer en mijn moeder zit in een gesegregeerde Turkse samenleving in Deventer, die leeft in haar  eigen wereld. Ik heb wel 2 broers, van wie er een in Amerika woont, die het allemaal met belangstelling volgen en die trots op me zijn.”

Onverzadigbaar

Jan: “Doet het je wat als mensen zeggen: nou Eus, je hebt het best wel ver geschopt!”
Eus: “Nee, want ik ben onverzadigbaar. Wij kregen vroeger altijd te horen dat we nergens goed voor waren en dat we niet deugden. In groep 8 had ik bij de Citotoets als uitslag atheneum-advies. Maar de juf zei: ga jij maar naar de mavo, iets met je handen doen. Dat soort mensen zijn er veel geweest.”
Jan: “Heb je vanuit jouw achtergrond het idee dat je je meer hebt moeten bewijzen?”
Eus: “Zeker. En nog steeds. Dat heeft niet alleen te maken met dat Turks zijn, maar ook met de sociale klasse waarin ik opgroeide. Er zijn maar weinig jongens en meisjes in de literaire wereld met ouders die analfabeet zijn. Die komen uit milieus waarin ouders wetenschapper of rechter zijn. Als je vanuit de onderklasse naar de bovenlaag gaat, is dat vaak heel moeilijk voor mensen. Ik mag volgend jaar het Boekenweek-essay schrijven. Geloof me, dat vinden niet alle mensen uit de literaire hoek even leuk. Ze vinden me toch een rare gast. Ook doordat ik ineens televisieprogramma’s ben gaan maken. Maar ook in het milieu waar ik uit kom – ik ben opgegroeid tussen jongens van een woonwagenkamp – wordt raar tegen me aangekeken: ‘Hoezo ben jij gaan studeren?! Voel je je beter dan wij of zo?!’ En de Turkse samenleving vindt het weer raar dat ik verkering heb met een oorspronkelijk Nederlands meisje met blonde haren en blauwe ogen. Dus eigenlijk zit ik overal tussenin. Maar ik gedij perfect in de rol van outsider. Ik hoor nergens bij. Dat is altijd zo geweest en daardoor ook heel vertrouwd. Zelfs bij MAX ben ik een outsider, want ik ben de enige met zwart haar en zo’n raar accent uit Oost-Nederland.”

Harde werkers

Jan: “Waar voel jij je thuis?”
Eus: “Bij leuke mensen die bevlogen zijn, hard willen werken en creatief zijn, die me inspireren en niet de kantjes ervan af lopen. Als ik naar de garage ga om mijn auto weg te brengen, kan ik echt bewondering hebben voor de harde werkers die ik dan zie. Of bij de mannen die tijdens de heetste hittegolf ooit mijn nieuwe tuintje aanlegden. Dat zijn pas harde werkers en niet die zeikerds die ik soms tegenkom in de literaire wereld of bij de televisie.”

Grijze groupies

Jan: “Voel jij je thuis bij de doelgroep van MAX?”
Eus: “Ja, heel erg, daar zit ook echt mijn doelgroep. Ik schrijf columns voor 8 kranten en die worden allemaal gelezen door 55-plussers. Ik geef heel veel literaire lezingen en die zitten helemaal vol met ouderen. Mijn groupies zijn niet 18 of 19, nee, die zijn 55-plus! Er zijn heel wat oudere dames die iedere week weer verschijnen als ik een lezing geef. Ik heb intussen heel veel MeToo-ervaringen! Dan voel ik tijdens het signeren ineens een hand op mijn billen. Dat soort dingen, haha.”

Sprookje

Jan: “Ben jij ondanks jouw jeugd óf dankzij jouw sociale afkomst geworden wie je bent?”
Eus: “Dankzij, absoluut. Ik heb een heel goed voorbeeld gekregen van hoe het niet moet. Als je dan voldoende oplet, over genoeg zelfinzicht beschikt en zonder afwijking bent, dan ga je  niet kopiëren en weet je ook hoe het wél moet! Mijn jeugd was echt een zegen wat dat betreft. Het cliché dat een ellendige jeugd een goudmijn is voor een schrijver, klopt absoluut. Ik zat onlangs in het vliegtuig en was een beetje door mijn fotoalbum in mijn telefoon aan het bladeren. Ik zag de foto’s van mijn kinderen en hoe mijn leven er nu uitziet met ons gezinnetje. Het is écht een sprookje waarin ik nu leef, als je dat vergelijkt met waar ik vandaan kom…”

(Bron: MAX Magazine)

Geef een reactie