Duur 06:34
Gepubliceerd op 30 oktober 2018

Zoönosen

Zaterdag 3 november 2018 is het wereldwijd One Health Day. Maar waarom is deze dag in het leven geroepen? En wat zijn zoönosen? Huisarts Ted van Essen en dierenarts Jenny Buijtels geven antwoord op deze vraag. 

One Health Day

Op One Health Day wordt aandacht gevraagd voor de noodzaak voor een meer globale en overkoepelende aanpak van de gezondheidszorg, waarbij ook problemen als klimaatverandering, milieuvervuiling, dierenwelzijn en antibioticaresistentie worden meegenomen. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk wetenschappers op al deze terreinen gaan samenwerken en niet langer binnen hun eigen afgebakende disciplines blijven werken. Een soort holistische benadering van de grote problemen op het gebied van gezondheidszorg, milieu, voedselveiligheid, dierenwelzijn en klimaat die we op ons af zien komen. Ook de Europese Commissie heeft het samenwerkingsprogramma One Health goedgekeurd. In Nederland werken bijvoorbeeld het RIVM, de Wageningen Universiteit en nog andere instanties samen aan dit programma.

Zoönosen

Naast de mens spelen ook dieren een belangrijke rol als het gaat om wereldwijde gezondheidszorg. Want mensen en dieren leven nauw samen. Door dit nauwe contact kunnen infectieziekten van mens op dier, en andersom, overgebracht worden. Dit soort infectieziekten heten zoönosen. Zo’n 60 procent van alle bekende menselijke infectieziekten is oorspronkelijk afkomstig van dieren. Er zijn er wereldwijd meer dan 850 van bekend en er komen nog steeds nieuwe bij, vooral in regio’s als Zuidoost-Azië waar intensief contact tussen mens en dier bestaat. In Nederland kennen we er zo’n 100. Zoönosen kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en wormen. Vaak zijn ze zo aangepast dat ze in het dier dat hun specifieke ‘gastheer’ is kunnen overleven zonder daar al te grote schade aan te richten, zodat die nog lang doorleeft en de ziekte dus flink kan verspreiden. Maar als de bacterie, schimmel, virus in een andere gastheer, bijvoorbeeld een mens, terechtkomt kan hij soms een heftige immuunreactie oproepen.

Besmetting

Besmetting van dier op mens kan op verschillende manieren plaatsvinden: via direct contact, zoals een beet, aaien van een vacht, het eten van dierlijk voedsel: rauwe melk, vlees, eieren. Of via indirect contact: via de lucht, spetters, of doordat poep of mest in de bodem (zandbak) terechtkomt en eitjes van bijvoorbeeld wormen uit de poep in het zand achterblijven. Als men daar dan met de handen in gaat graven kun men besmet worden. Soms zijn het muggen, vliegen of teken die als transportmiddel voor de ziekteverwekker fungeren.

Toxoplasmose

De meest voorkomende zoönosen in 2016 zijn  salmonellose en campylobacteriose. De salmonella en campylobacter zijn bacteriën die zich verspreiden via mest. We lopen ze vooral op op door het eten van rauwe of niet genoeg verhitte dierlijke producten of niet goed schoongemaakte groenten, en ze zorgen voor maagdarmklachten. Dierenartsen zien het meest gevallen van giardia. Giardia is een parasiet die in het maag-darmkanaal van honden en katten voorkomt. Mensen kunnen ook door verschillende stammen van de parasiet besmet raken en diarree krijgen. Een andere veel voorkomende infectieziekte is een huidschimmel, mycose. Een schimmel die voorkomt bij katten en cavia’s en die door het knuffelen van dier naar mens over wordt gedragen. Toxoplasma is ook een zoönose. Deze infectieziekte kan vooral voor zwangere vrouwen gevaarlijk zijn en komt vooral bij katten voor.

Melkerskoorts

Een andere zoönose is de ziekte van Weil, leptospirose genoemd. Er zijn meerdere varianten maar de meest bekend is deze die geelzucht en slecht werkende nieren geeft. De ziekte van Weil wordt door ratten overgedragen en honden krijgen het door te zwemmen in water waar de ratten ook zitten. Honden worden er wel tegen gevaccineerd, maar met name rond het moment van hervaccinatie lopen ze een verhoogd risico. Mensen kunnen leptospirose krijgen als ze aan sportevenementen deelnemen waarbij ze door natte modder en sloten moeten ploeteren waar de bacterie mogelijk in zit. Boeren kunnen het van de koeien krijgen tijdens het melken en dan wordt het melkerskoorts genoemd.

Infectieziekten wereldwijd

Wereldwijd zijn we in de afgelopen jaren door de nodige infectieziektes opgeschrikt. Eind jaren 60 heerst de lassakoorts, een op ebola lijkende ziekte. In 2002 wordt de wereld opgeschrikt door SARS, een ernstige aandoening van de luchtwegen veroorzaakt door het corona-virus. Een ander corona-virus dat voorkwam bij kamelen veroorzaakte bij mensen in 2012 de levensgevaarlijke luchtweginfectie MERS. Aids, een aandoening van het afweersysteem, wordt veroorzaakt door het hiv-virus dat ook ooit is overgestapt van apen op de mens. Over de hele wereld zijn zo’n 30 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv. Ebola, een dodelijke ziekte die bloedingen in het lichaam veroorzaakt, leek min of meer onder controle maar is nu toch weer uitgebroken in Congo. En in 2017 hebben we in Nederland nog te maken met de Fipronil affaire met kippeneieren.

Samenwerken

Gelukkig kunnen we wat Nederland betreft zeggen dat zoönosen verdwijnen. Er is meer kennis en er worden goede maatregelen getroffen. Maar tegelijkertijd komen er ook weer nieuwe zoönosen bij. Want we reizen over de hele wereld en ook onze voedingsgewoonten zijn aangepast. We eten meer rauw of rosé gebakken vlees en vis en worden groenten vaak korter gekookt of geroerbakt zodat ze lekker knapperig blijven. Ziektekiemen die normaal door verhitting gedood worden zullen dan blijven leven. En ook de klimaatverandering speelt een rol, want doordat de temperatuur stijgt kunnen muggen, vliegen en teken die ziekten van dieren op mensen kunnen overbrengen hier beter overleven. Vroeger was het daarvoor te koud. Zo hoor je tegenwoordig over de tijgermug, die steeds vaker in Nederland wordt gesignaleerd. Daarom is het hoog tijd dat wetenschappers: microbiologen, medisch specialisten, dierenartsen, voedseldeskundigen et cetera, over hun eigen grenzen heen kijken en wereldwijd meer gaan samenwerken.

Dit onderwerp bespreken dokter Ted van Essen en dierenarts Jenny Buijtels op dinsdag 29 oktober 2018 in Tijd voor MAX.

Stel uw vraag aan dokter Ted van Essen

U kunt van dinsdag 29 oktober tot woensdag 30 oktober 2018 10.00 uur hieronder vragen stellen aan dokter Ted van Essen over zoönosen. Andere vragen worden niet beantwoord. Na woensdag 29 oktober 2018 mag u uiteraard een reactie achterlaten, maar deze wordt niet meer beantwoord. Dit betreft geen persoonlijk consult! De dokter moet u daarvoor immers goed kennen. Dokter Ted helpt u graag met algemene informatie en achtergronden bij het onderwerp dat is behandeld in Tijd voor MAX.

U moet zich eerst registreren en inloggen om uw vraag te stellen. Uw e-mailadres is niet zichtbaar voor anderen en u kunt een fictieve naam opgeven. De naam die u achterlaat is wel zichtbaar. Ter bescherming van uw privacy verzoeken wij u persoonlijke gegevens niet te vermelden in uw bijdrage.

Geef een reactie

Reactie

    oosterwijck says:

    De mens is met 4 miljard exemplaren teveel op aarde, waardoor deze soort zicht gedraagt als een rupsenplaag en alles op zijn weg onder de voet loopt en vernietigd. De ene diersoort na de andere diersoort is aan het verdwijnen, terwijl al die soorten één ecologisch systeem vormen en elkaar nodig hebben om de aarde leefbaar te houden. Totdat hij/zij de aarde onbewoonbaar maakt voor zich zelf en de soort mens verdwijnt. Er moeten zeer snel maatregelen genomen worden om te voorkomen dat deze rupsen(mensen)plaag zich verder ontwikkeld, door massaal geboortebeperking dor te voeren. Nu al zijn er teveel mensen op aarde om allemaal goed gevoed te kunnen worden of over voldoende drinkwater te beschikken. Waardoor hele continenten leven in honger en dorst. En kaal gevreten worden. Denk aan het continent zuid Amerika waar zich de long van de aarde bevindt. Die ene long wordt in hoog tempo geamputeerd, en iedereen weet dat een wezen zonder long niet kan leven. Er is één dominante mensensoort tussen al die andere mensensoorten, die verdeeldheid zaait en de eigen zakken vult, waardoor andere soorten nauwelijks of niet bestaansrecht hebben. Begin met het uitroeien van die éne dominante mensensoort en het probleem is al voor de helft opgelost. Maar die ander helft moet dan nog aangepakt worden, met geboortebeperking, zodat er jaarlijks minder van deze opvreters rondlopen totdat het totale aantal onder de 3 miljard zit en daar ook blijft.

Bekijk ook

Meer