Dokter Ted - plasklachten bij mannen

Omroep: MAX

Duur: 0:04:57

Uitzending: di 5 mrt 2013 18:00

Plasklachten bij mannen

Veel mannen krijgen op latere leeftijd plasklachten. Sinds maart 2013 zijn er nieuwe richtlijn over de behandeling van deze klachten.

Soorten plasklachten

Plasklachten komen veel voor. Van de mannen boven de 40 heeft een kwart plasklachten. Men moet overdag vaker plassen of er ’s nachts regelmatig uit. De plas komt moeilijk op gang of heeft een zwakkere straal. Of men heeft last van nadruppelen. Soms is er drang om naar het toilet te moeten, maar komt er (bijna) niets of lukt het helemaal uitplassen niet of de urine lang op het houden. Tijdelijk helemaal niet kunnen plassen hoort ook bij de klachten. De klachten kunnen ook ontstaan door het gebruik van bepaalde medicijnen, tegen bijvoorbeeld Parkinson, depressie, verwardheid, allergie of bloeddrukverhoging.

Bij een derde van de mannen met plasklachten wordt het vanzelf beter, bij een derde blijven de klachten hetzelfde en bij nog een derde nemen de klachten toe. Meer lichaamsbeweging, meer drinken, vezelrijke voeding, bekkenbodemoefeningen en oefenen met het uitstellen van het plassen kunnen helpen. Er zijn medicijnen die de klachten kunnen verlichten. Als die niet helpen dan is een operatie bij de uroloog mogelijk, waarbij de plasbuis wijder wordt gemaakt. Deze operatie is geen garantie en kan ook bijwerkingen geven.

Nieuwe richtlijnen

In de richtlijn staat dat er weinig goede redenen zijn om op prostaatkanker te testen. Ongeveer 40% van de mannen krijgt in zijn leven prostaatkanker, slechts 1 op de 10 krijgt er ooit klachten van en 4% overlijdt eraan. Dat komt omdat prostaatkanker zich erg langzaam ontwikkelt. Dat wil zeggen dat de meeste mannen overlijden mèt prostaat kanker en niet ààn prostaatkanker. Als er plasklachten zijn, hebben die zelden met prostaatkanker te maken. Meestal komt dat door de bekkenbodemspieren of door een goedaardige vergroting van de prostaat. En soms gewoon door obstipatie.

Prostaat

De prostaat is een klier, zo groot als een kastanje. Deze klier zit onder de blaas. De plasbuis loopt vanuit de blaas door de prostaat en penis naar buiten. De prostaat produceert het vocht waar de zaadcellen in zwemmen. Bij een zaadlozing komt dit vocht via de plasbuis naar buiten.

Op latere leeftijd (50-plus) verandert de prostaat. Vaak wordt de prostaat groter. De prostaat kan de plasbuis dan gedeeltelijk dicht drukken. Ook de spieren van de blaas blijken op latere leeftijd vaak minder goed te werken. De spieren onder de blaas, de bekkenbodemspieren, kunnen veranderen en daardoor het plassen lastiger maken. Door deze drie veranderingen kunnen plasproblemen ontstaan.

Prostaatkanker ontstaat in het buitenste deel van de prostaat en drukt nauwelijks op de plasbuis. Mannen zijn daar vaak wel bang voor, maar dat is dus niet nodig. De prostaat is te voelen door met de vinger via de anus de prostaat af te tasten.

De kans is groot dat iemand met prostaatkanker zijn hele leven niet merkt dat hij prostaatkanker heeft. Prostaatkanker komt vooral voor bij mannen op hoge leeftijd (70-plus) en groeit dan heel langzaam. Zo langzaam dat de meeste mannen met prostaatkanker er nooit last van zullen hebben. Plasklachten komen bij mannen regelmatig voor, maar zijn geen teken van het hebben van prostaatkanker. Het is zeldzaam dat iemand plasklachten door prostaatkanker heeft. Botpijnen (bijvoorbeeld in de heup of rug) zijn vaak het eerste wat iemand van prostaatkanker merkt. Dat komt doordat prostaatkankercellen zich dan ook in de botten hebben genesteld.

 PSA-gehalte

PSA betekent Prostaat Specifiek Antigeen. Dat is een eiwit dat geproduceerd wordt door de prostaat. Bij ontsteking, prostaatvergroting en ook bij kanker, zit soms meer van dat stofje in het bloed. Het is eigenlijk een slechte test, want als de uitslag goed is bestaat er nog steeds een kans van 1% dat men toch prostaatkanker heeft. Als de uitslag niet goed is, heeft men in 80% van de gevallen toch geen prostaatkanker. Uiteindelijk blijkt bij 4 op de 100 mannen tussen de 50 en de 70 jaar zonder klachten, dat er prostaatkanker is. Maar 3 van de 4 zouden daar nooit last van hebben gekregen.

De mannen met een verhoogd PSA ondergaan testen bij de uroloog met een echo en biopten. Daaruit volg mogelijk een behandeling, waarbij de prostaat wordt weggehaald of bestraald of chemotherapie of behandeld met hormonen. Allemaal behandelingen met veel bijwerkingen, als impotentie of incontinentie.

Dit onderwerp is besproken in Tijd voor MAX op 6 maart 2013.

Geef een reactie