Iemand bekijkt of pensioenbeleggen interessant is.

Dit is waarom pensioenbeleggen op latere leeftijd nog steeds interessant kan zijn

Veel mensen denken dat pensioenbeleggen vooral iets is voor jonge mensen. Toch kan het ook na uw 50e nog interessant zijn om extra geld opzij te zetten voor later. In dit artikel lees u hoe pensioenbeleggen werkt, wat het kan opleveren en waar u goed op moet letten.

Wat is pensioenbeleggen precies?

Pensioenbeleggen betekent dat u geld opzij zet voor later, op een speciale, geblokkeerde pensioenrekening. Dat geld wordt belegd, bijvoorbeeld in fondsen met aandelen en obligaties. Het doel is om een extra potje op te bouwen voor uw oude dag, naast uw AOW en een eventueel pensioen via uw werkgever. Omdat u belegt, kan uw vermogen groeien, maar de waarde kan ook dalen. Het is dus niet zonder risico.

Het grote verschil met gewoon beleggen is dat u het geld niet tussentijds kunt opnemen. Het is echt bedoeld voor uw pensioen. Daarom kunt u er pas bij vanaf de AOW-leeftijd. Daarnaast krijgt u, afhankelijk van uw eventuele jaarruimte, belastingvoordeel over uw inleg, iets wat bij gewoon beleggen niet geldt.

Pensioenbeleggen wordt vaak gedaan via een lijfrenterekening. Het opgebouwde bedrag wordt later periodiek uitgekeerd, bijvoorbeeld maandelijks. We hebben het al even benoemd, maar dat gebeurt dus altijd vanaf de AOW-leeftijd, ongeacht of uw werkgeverspensioen eerder of later ingaat.

Lees ook: Pensioen aanvullen? Overweeg dan een lijfrente

Heeft pensioenbeleggen op latere leeftijd nog zin?

Ook als u later begint, kan pensioenbeleggen nog steeds voordelen hebben. Veel mensen hebben rond de 50 jaar een stabieler inkomen en soms meer financiële ruimte om extra in te leggen. Daarnaast hebben veel 50‑plussers anno 2026 een pensioentekort, bijvoorbeeld doordat ze minder hebben gewerkt of naar het buitenland zijn vertrokken.

Wel is het belangrijk om te beseffen dat u minder tijd heeft om schommelingen op de beurs op te vangen. Als de markt daalt, heeft u minder jaren om dat verlies weer goed te maken. Tegelijk blijft de periode vaak nog steeds langer dan u denkt: als u bijvoorbeeld 57 bent, lijkt uw pensioen dichtbij, maar heeft u vaak nog 10 jaar tot de AOW‑leeftijd (wat in beleggingsland nog steeds een behoorlijke periode is).

U kunt de start van die uitkering bovendien uitstellen tot maximaal 5 jaar na uw AOW‑leeftijd, waardoor de zogenoemde ‘beleggingshorizon’ verder verlengd kan worden. Ook heeft u dan meer tijd om rendement op te bouwen (zolang beleggingen het goed doen).

Hoe de inleg en het belastingvoordeel werken

De overheid stimuleert pensioenbeleggen doordat u in sommige gevallen een belastingvoordeel krijgt over uw inleg. Het bedrag dat u jaarlijks mag aftrekken heet jaarruimte. Wat dit bij u is, kunt u bekijken via een rekentool van de Belastingdienst. Wanneer u in eerdere jaren te weinig heeft ingelegd, kunt u daarnaast gebruikmaken van de zogenoemde reserveringsruimte, waardoor u tijdelijk extra mag storten.

Over het geld dat u inlegt, betaalt u dan dus (deels) geen inkomstenbelasting. Die belasting betaal u pas later, op het moment dat u de uitkeringen ontvangt. Concreet betekent dit dus ook dat u een deel van uw inleg terugkrijgt via de belastingaangifte. Hoeveel dat precies is, hangt af van uw inkomen, inleg en de belastingschijf waarin u valt. Maar in sommige gevallen kan het zomaar om honderden euro’s gaan.

Na de AOW‑leeftijd betaalt u vervolgens in de eerste belastingschijf een lager tarief, namelijk 17,85 procent (in plaats van ruim 35 procent) bij een totaal pensioeninkomen onder 41.123 euro. Dat betekent dus dat u uw inleg nu aftrekt tegen een hoger tarief, terwijl u later belasting betaalt tegen een lager tarief. Dit kan soms een voordeel zijn ten opzichte van ‘gewoon sparen’ voor uw pensioen.

Een meneer doet aangifte inkomstenbelasting.
Lees ook: Vanaf 1 maart 2026 kunt u weer aangifte voor de inkomstenbelasting doen: maak gebruik van deze aftrekposten en voorkom dat u geld misloopt

Waarom u het bedrag nooit in 1 keer moet laten uitbetalen

Wanneer u de AOW-leeftijd heeft bereikt, lijkt het misschien aantrekkelijk om het hele bedrag in 1 keer op te nemen, maar dat pakt meestal ongunstig uit. U betaalt dan niet alleen in 1 keer inkomstenbelasting over het hele bedrag, maar ook 20 procent revisierente. Dit is een boete van de Belastingdienst, omdat het dan niet meer als pensioen wordt gezien.

In het slechtste geval zorgt dit ervoor dat u nog maar zo’n 30 procent van uw pensioenpot overhoudt. Daarom moet het opgebouwde bedrag na uw pensioendatum periodiek worden uitgekeerd, meestal maandelijks of jaarlijks, zodat u de belasting over meerdere jaren spreidt en veel minder kwijt bent.

(Bron: Consumentenbond, Rijksoverheid, Belastingdienst, Margriet. Foto: Shutterstock)

Geef een reactie