Australië

Tussen 1947 en 1961 vertrekken 126.000 Nederlanders naar Australië. Nederlanders zijn in trek ‘down under’, omdat ze erg op Engelsen lijken, goed zijn opgeleid en zich gemakkelijk aanpassen. Met mooie plaatjes van stranden met wuivende palmbomen en subsidies voor de overtocht worden de Nederlanders lekker gemaakt.

Nelly Moonen-Wulms wordt middenin de oorlog geboren in een schuilkelder in Limburg. Na de oorlog raakt haar vader invalide en dat betekent dat Nelly op haar 14e al aan het werk moet. Om de ellende te ontvluchten, emigreert ze naar Australië. De vader van Marianne Gijsberts besluit in het geheim voorbereidingen te treffen voor de emigratie, omdat zijn schoonouders er fel op tegen zijn. Een dag voor vertrek vertelt hij het aan oma, die uit verdriet haar handen voor haar gezicht slaat.

Addo Zevenbergen is de zoon van misschien wel de bekendste emigrant naar Australië. Om de emigratie voor moeders aantrekkelijk te maken wordt de jonge fotogenieke huisvrouw Adriana Zevenbergen door de Nederlandse en Australische overheid verkozen tot 100.000ste emigrant.

Feiko Bouman wordt geboren in Groningen waar zijn moeder een winkel heeft en zijn vader een tuinkwekerij. Het leven is goed maar toch willen zijn ouders graag emigreren. Voor Feiko is de emigratie een groot avontuur, spelen in de vrije natuur geeft hem een zorgeloze jeugd.