Oudemannenclubs

Na de middelbare school vertrok ik voor een jaar naar de Verenigde Staten. Destijds was dat een bericht in onze lokale krant waard. Tegenwoordig heet dat een ‘gap year’, maar toen noemden we dat een uitwisselingsprogramma. Ik vertrok uit Rotterdam met het schip de Seven Seas, met 1500 scholieren uit heel Europa, voor een bootreis van 7 dagen. We volgden aan boord een soort inburgeringsprogramma, maar het was eigenlijk één groot feest. Behalve als je zeeziek was. Ik herinner me nog goed hoe wel langs het Vrijheidsbeeld New York binnenvoeren. Met Greyhound bussen werden we verspreid over heel Amerika.

Toespraak met lichtbeelden

Ik verbleef in een gastgezin in een slaperig stadje in het Midwesten, in de staat Illinois. Op de Highschool begonnen we de dag met trouw te zweren aan de Amerikaanse vlag. Elke dag was er een uur sport en ik volgde lessen Amerikaanse literatuur, geschiedenis en toneel. Ik draaide mee met het gezinsleven en zong in het kerkkoor. En leerde stiekem bier te drinken, want dat was daar toen al verboden voor onder de 18.

Als buitenlandse student was ik een bezienswaardigheid. Ik kreeg uitnodigingen om te spreken voor mannenclubs als de Rotary, de Lions en de Kiwanis. Die bestonden in die tijd vast ook wel in Nederland, maar niet in mijn milieu. Ik vertelde over Nederland, aan de hand van dia’s met molens en klompen. Ik was al blij als bleef hangen dat Amsterdam niet de hoofdstad van Denemarken was. Achteraf bezien snap ik niet hoe ik dat durfde.

Huisarts

Terug in Nederland ging ik geneeskunde studeren en werd huisarts. Voor mijn promotieonderwerp over griep moest ik veel naar het buitenland en daar kwam mijn ervaring met het houden van toespraken in het Engels goed van pas. En misschien hebben die toneellessen van destijds nog wel geholpen voor mijn carrière op tv.

Toen ik een tijdje was gevestigd als huisarts, werd ik wel eens uitgenodigd om lid te worden van dat soort mannenclubs. Ik vond het maar tijdsverspilling om eens in de 2 weken overdag een paar uur uit de praktijk weg te zijn, alleen maar voor een lunch en een verhaal van een van de leden. De onderlinge contacten zouden zo goed zijn voor je business, maar zo zag ik mijn praktijk niet. Tot ik met pensioen ging.

Probus

Ik kreeg een uitnodiging voor de Probus. Ik had er nog nooit van gehoord. Probus is een samentrekking van ’professionals’ en ‘business’. De website meldt dat de club ‘saamhorigheid en vriendschap wil bevorderen van geheel of bijna geheel postactieven van 55 jaar en ouder. De leden hebben een maatschappelijk verantwoordelijke functie vervuld en hechten waarde aan het regelmatig ontmoeten van elkaar. De bindende elementen zijn onderlinge vaardigheid, verbreding van kennis en interesse, verruiming van inzicht en ontspanning.’

In 1965 werd in Engeland de eerste Probusclub opgericht. Dat was dus een jaar voordat ik naar Amerika ging. Momenteel zijn er 5000 in 24 landen, verspreid over alle continenten met in totaal meer dan 425.000 leden. Probus Nederland telt 12.000 leden in 323 herenclubs, 91 gemengde clubs en 20 damesclubs. Mijn club bestaat uit 27 mannen van gemiddeld 76 jaar. Jaarlijks zijn er vruchteloze discussies over het al dan niet openstellen van het lidmaatschap voor vrouwen. Elke 14 dagen houdt een van de leden een verhaal en sluiten we af met een lunch. Mijn ervaring van destijds komt weer goed van pas.

Nooit gedacht dat ik 50 jaar later nog eens lid zou worden van zo’n club. Het is nog leuk ook.

Geef een reactie