‘Dokter, kijk eens tussen mijn oren’

Lichaam en geest zijn vaak moeilijk te scheiden. Als je een pols breekt, ben je soms knap chagrijnig. Als je overspannen bent krijg je vaak hoofdpijn. Soms denk je dat de pijn in je rug door een hernia komt, terwijl de oorzaak een gespannen houding is. En soms ben je helemaal in de war en blijkt het door hoge koorts te komen. Kortom, het loopt allemaal door elkaar heen. Gelukkig heb je daar dokters voor.

Als het goed is zal de huisarts bij hoofdpijn zoeken naar een lichamelijke oorzaak, maar ook vragen of je misschien heel druk bent of slecht slaapt. En als je kortademig bent, luistert de dokter naar je longen en je hart, maar zal vaak ook naar eventuele angst vragen. Meestal is dat allemaal niet gelijk duidelijk en is het nodig om nader onderzoek te doen, in het laboratorium, met een scan of bij een medisch specialist. Als er geen lichamelijke oorzaak te vinden, zal de dokter nogmaals naar een psychische oorzaak zoeken.

Praktijkondersteuners

Gelukkig hoeft de huisarts dat tegenwoordig niet allemaal meer zelf te doen. Er zijn zogenaamde praktijkondersteuners (POH’s) in de huisartspraktijk werkzaam, vaak verpleegkundigen, die bijvoorbeeld diabetes- en COPD-patiënten of kwetsbare ouderen begeleiden. En er werkt meestal ook een POH-GGZ, die als psycholoog weer meer weet van de psychische oorzaken en behandelingen. Dat lijkt allemaal heel logisch, maar die hulptroepen zijn er nog niet zo lang. Eigenlijk is de hele geestelijke gezondheidszorg (GGZ) binnen één generatie compleet veranderd.

Thuis behandelen

Toen ik begon als huisarts, werden mensen met psychische problemen vaak behandeld in verre psychiatrische ziekenhuizen, op mooie landelijke locaties. Daar kregen ze bijvoorbeeld een slaapkuur tegen hun depressie en werden langdurig uit hun gezin gehaald om ‘op te knappen’. Als ze niet beter werden, verbleven ze soms levenslang in zo’n instelling. Er kwamen echter nieuwe medicijnen die een depressie konden bedwingen en wanen en hallucinaties lieten verbleken. En we weten inmiddels dat je het beste opknapt in je eigen omgeving. Dat zou je zelf ook willen als je een tijdje psychische problemen zou hebben en dat kan maar zo gebeuren. Ook bij een ernstige psychiatrische aandoening worden patiënten tegenwoordig zoveel mogelijk thuis behandeld. Dat heet intensieve thuis behandeling.

Mee leren omgaan

Net zoals bij lichamelijk ziektes zijn er psychische aandoeningen die chronisch zijn. Sommige mensen zijn zo nu en dan behoorlijk in de war (psychotisch), anderen krijgen de ene depressie na de andere. Autisme is een gesteldheid die altijd blijft en verslavingen zijn vaak ook hardnekkig. Ongeveer 17 van de 1000 mensen heeft zo’n chronische psychiatrische aandoening. Die patiënten zullen niet genezen, maar kunnen wel in de loop van hun leven leren hoe zij en de omgeving daar het beste mee kunnen omgaan. Ze leren hoe zij hun weerbaarheid kunnen vergroten. Soms kan de huisarts daarbij helpen, maar vaak moet een GGZ-instelling zo iemand blijvend begeleiden, liefst in de thuissituatie. Bijkomende maatschappelijke problemen zoals schulden, werkeloosheid, gezinsproblemen of eenzaamheid kunnen door gemeentelijke instanties aangepakt worden. Wijkgerichte aanpak heet dat, waarbij huisartspraktijk, wijkverpleging, GGZ en gemeentelijk wijkteam in goed overleg samenwerken.

Niet meer wegstoppen

Veel psychische problemen kunnen in de huisartspraktijk verholpen worden, maar ook als ze blijvend zijn, kan de huisarts daarbij ondersteunen. Tegenwoordig worden psychiatrische patiënten niet meer weggestopt, maar zo mogelijk thuis behandeld. Helaas is de levensverwachting van chronische psychiatrische patiënten 10 tot 15 jaar korter dan van anderen. Vaak door hart- en vaatziekten, vanwege leefstijlproblemen. Maar ook door de bijwerkingen van psychiatrische medicatie, die nu eenmaal nodig is. Ook daar heeft de huisarts aandacht voor.

Huisartsen hebben moeten leren om goed om te gaan met deze veranderingen. Onlangs besteedden 2000 huisartsen van het Nederlands Huisartsen Genootschap er weer eens een hele studiedag aan onder het motto Dokter, kijk eens tussen mijn oren. Die dokters kunnen dat intussen wel. Het helpt als u daar zelf ook voor open staat.

Geef een reactie