Paul Rem: ‘Een kunstpaleisje in de Scheveningse duinen’
Publicatiedatum: 25 juni 2026
Een museum, verscholen in de duiden aan de Noordzee, verscholen in de duinen van Scheveningen, waar de zee altijd dichtbij is en de wind het zand zachtjes tegen de zandkleurige gevels blaast. Museum Beelden aan Zee in Scheveningen heeft iets eigens, iets wat zich niet onmiddellijk prijsgeeft, en dat maakt een bezoek des te aangenamer. Op 26 juni 2026 werd het museum opnieuw een feestelijk moment toebedeeld, want koningin Máxima zou de heropening verrichten. Ware het niet dat Nederland geteisterd werd door een ongekende hitte en de koningin wijselijk besloot niet te komen- met de belofte snel eens te komen kijken! Na een periode van verbouwing en verduurzaming opent het museum opnieuw zijn deuren met een vernieuwd entreegebied, een nieuw museumcafé, een nieuwe museumwinkel en opnieuw ingerichte beeldenterrassen.
Museum Beelden aan Zee is een museum met een verhaal
De heropening is een gebeurtenis die niet alleen vooruitkijkt, maar ook terugblikt. Beelden aan Zee is een museum met een verhaal. Het werd in 1994 geopend door koningin Beatrix en is het enige museum in Nederland dat zich volledig toelegt op moderne en hedendaagse beeldhouwkunst. Dat lijkt misschien een vanzelfsprekendheid, maar in ons land is beeldhouwkunst nooit zo stevig verankerd geraakt als schilderkunst. Daar waar wij als Nederlanders wereldfaam genieten dankzij onze schilders (van Rembrandt, Vermeer en Frans Hals tot Van Gogh en Mondriaan), heeft de sculptuur altijd een wat bescheiden rol gespeeld. Ja, er is talent, er zijn kunstenaars, maar een diepgewortelde traditie zoals in Italië of Frankrijk ontbreekt.
‘Oefening in aandacht en misschien ook wel geduld’
Juist daarom is Beelden aan Zee zo belangrijk Hier wordt de bezoeker gedwongen om rond te lopen, te kijken, het werk vanuit verschillende hoeken te ervaren. En dat is een heel andere manier van zien dan als je voor een plat schilderij staat. Het is een oefening in aandacht, en soms misschien ook wel in geduld. De ontstaansgeschiedenis van het museum heeft iets ontroerends. Het initiatief kwam van het verzamelaarsechtpaar Theo en Lida Scholten, dat een grote liefde had voor beeldhouwkunst. Zij droomden van een locatie waar sculpturen niet alleen tentoongesteld, maar werkelijk beleefd konden worden.
De keuze voor de duinen van Scheveningen was daarbij geen toeval. Hier, op de grens van land en zee, ontstaat een natuurlijke dialoog tussen kunst en omgeving. Het gebouw zelf, grotendeels onder het duin verborgen, werd ontworpen door architect Wim Quist. Het past zich aan het landschap aan, in plaats van het te domineren. Bezoekers komen het museum bijna ongemerkt binnen, alsof men een geheim ontdekt. Wat Museum Beelden aan Zee zo aantrekkelijk maakt, is misschien wel de combinatie van intimiteit en monumentaliteit. De zalen zijn licht en overzichtelijk, maar de werken die er worden getoond kunnen indrukwekkend groot zijn. Buiten, in de beeldentuin, gaan kunst en natuur een subtiele wisselwerking aan. Een bronzen figuur staat daar in het gras, alsof het er altijd al heeft gestaan; een abstracte vorm vangt het licht van de ondergaande zon.
Terug naar de duintop
Maar dan wat boven het museum staat, het elegante Romeins-achtige tempeltje boven op de duintop! Het ‘Paviljoen’ werd in 1827 gebouwd in opdracht van koning Willem I, als cadeau aan zijn vrouw, koningin Wilhelmina. Een verjaardagscadeau van koninklijke proporties. De koningin leed aan chronische slapeloosheid en de verkwikkende zeelucht zou haar beslist ten goede komen, zo dacht de bezorgde echtgenoot. En zo krijgt de heropening door Máxima een extra dimensie. Zij keert in zekere zin terug naar de duintop waar haar koninklijke voorgangers graag verbleven. Het idee dat hier, waar nu sculpturen staan en bezoekers rondwandelen, ooit een koningin genoot van het strandleven, verleent het museum een bijzondere historische gelaagdheid. Het is alsof verschillende tijden elkaar hier zachtjes raken.
Podium voor ontmoeting en inspiratie
De keuze voor Máxima als degene die de heropening verricht, voelt dan ook vanzelfsprekend en symbolisch. Zij heeft zich in de afgelopen jaren bewezen als een vorstin met een open blik voor cultuur en maatschappelijke betekenis. Haar aanwezigheid onderstreept het belang van het museum, niet alleen als tentoonstellingsruimte, maar ook als podium voor ontmoeting en inspiratie. Nederland mag dan geen uitgesproken beeldhouwkunst-land zijn, het bezit wel een vermogen tot concentratie en zorgvuldigheid. En dat is precies wat dit museum belichaamt. Geen schreeuwerig spektakel, maar een oase van aandacht. Hier wordt niet alleen kunst getoond, maar ook een manier van kijken aangereikt. De heropening markeert dan ook meer dan een vernieuwd gebouw of een aangepaste opstelling. Het is een herbevestiging van een idee: dat beeldhouwkunst ertoe doet, dat zij een eigen huis verdient, en dat wij als publiek de moeite mogen nemen om even stil te staan, letterlijk en figuurlijk.
Wanneer koningin Máxima binnenkort een kijkje komt nemen, zal de zee op de achtergrond onverstoorbaar blijven ruisen, zoals zij dat al eeuwen doet. Maar binnen, onder het duin, wordt opnieuw een wereld toegankelijk gemaakt. Een wereld van vormen, lijnen en stiltes. En dat is, zeker in onze tijd, misschien wel het mooiste geschenk dat een museum kan geven.
Paul Rem is architectuur- en kunsthistoricus en conservator op Paleis Het Loo. Hij is bestuurslid van diverse musea, internationaal erkend expert ‘Oude meubelen’ en lid van het ‘TEFAF vetting committee’. Regelmatig schuift hij aan als tafelgast in Tijd voor MAX. Maak ook eens een stadswandeling langs de Nederlandse bouwkunst met Paul Rem. Lees hier al zijn columns.
(Foto: © Museum Beelden aan Zee/Studio Gerrit Schreurs)

