Amandelbloesem van Vincent van Gogh

Paul Rem: ‘Alsof Vincent van Gogh me op de schouder tikte en zei: kijk, het wordt weer lente’

Het gebeurt me niet zo vaak dat ik in een museum stilval alsof iemand onzichtbaar mijn schouders vastgrijpt. Maar daar stond ik, en nog niet eens goed en wel in de zalen van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Ik liep onvoorbereid tegen een schilderij aan (niet letterlijk!) dat zindert. Juist in deze periode waarin we allemaal zo naar het voorjaar verlangen. Het was het schilderij Amandelbloesem, in 1890 in Frankrijk geschilderd door onze grote Vincent van Gogh. En ineens voelde ik het: dit is het voorjaar dat je niet alleen ziet, maar dat in je binnenste opstaat, zich uitrekt, geeuwt en zegt: daar ben ik weer. Een beetje ontwaken uit een winterslaap dus. Soms brengt kunst zoiets teweeg.

‘Dit schilderij vertrouwt op zichzelf’

Het schilderij hangt er stilletjes. Geen theatrale lijst, geen dramatische spot. Het vertrouwt op zichzelf, zoals alleen echte schoonheid dat kan. Je ziet een paar amandeltakken tegen een stralend, haast Japans blauw. Wit-roze bloesems die openbarsten alsof ze het levenslicht voor het eerst zien. En ik dacht: hoe kan iets zo eenvoudigs zó monumentaal zijn? Misschien omdat een amandelboom niet zomaar bloeit. Die kiest namelijk zelf zijn moment. Al in februari wagen de eerste knoppen zich naar buiten. Het is de natuur die zichzelf vooruitduwt. Zo van: ik begin alvast. Dat vroege, dat hoopvolle, dat brutale, dat moet van Gogh hebben geraakt. Dat voel je in alles aan dit doek.

In de tijd van Van Gogh werden tubes olieverf uitgevonden. Geen gedoe meer met het tijdrovende mengen van kleurpigmenten in het atelier. Kunstenaars konden nu naar buiten, met hun kant- en-klare olieverf! En dat deed Vincent dus ook nu: schilderen uit de eerste hand, hop meteen op het doek, in de buitenlucht, onder de bloeiende amandelboom!

Niets aan het werk ademt zwaarte

Een stap dichterbij zie ik dat de olieverf gul is gebruikt. De takken zijn donker omlijnd, ritmisch, bijna grafisch. De bloesems daarentegen zijn licht, zacht, open. Van Gogh schilderde dit vlak voor zijn dood, maar niets aan het werk ademt zwaarte. Integendeel: het tilt juist op! Hoewel niemand kan zeggen hoe Vincent echt was- op mij komt hij niet over als een lachebekje. En zelfs nu ervaar je geladen kalmte, verwachting, kwetsbaarheid. Alsof hij zichzelf toestond iets te schilderen dat níét schreeuwde van drama en zwaarte. Iets dat gewoon gelukkig mocht zijn.

Een schilderij voor de neef van Vincent van Gogh

Ik weet natuurlijk wel waarom hij dit schilderij maakte. Het hangt er bijna als een brief aan de muur. Vincent schilderde dit doek ter gelegenheid van de geboorte van zijn neefje die naar hem werd vernoemd: Vincent Willem, zoontje van Theo, Vincents broer en beschermer. Theo schreef hem dat zijn zoontje geboren was, en Vincent schreef terug: ‘Het doet me zo goed om te horen dat het kind zo flink is en dat Jo gezond is.’

De Amandelbloesem is een belofte

Hij besloot voor de baby een schilderij te maken. Geen uitgebloeide zonnebloemen, geen korenvelden met kraaien, maar bloesem. Nieuw leven. Een frisse wereld die zich opent. Voor het schilderij, te midden van al die bezoekers, kon ik de neiging niet onderdrukken even te snuiven, de bloesemgeur proberen in te ademen en het lukte bijna. Want wat Amandelbloesem zo monumentaal maakt, is dat het je niet alleen iets laat zien, het doet iets met je. Het schilderij is als een belofte. Een van die ochtenden in maart waarop je merkt dat je jas eigenlijk te warm is, waar vrolijkheid begint te borrelen waarvan je niet wist dat die er nog zat. Van Gogh wist dat gevoel haarscherp te vangen, misschien wel beter dan welke kunstenaar dan ook.

‘Kijk, het wordt lente’

Als museumconservator word ik dagelijks omringd door kunst, maar soms vergeet ik dat kunst ook mij moet verrassen. Amandelbloesem deed dat dus. Alsof Van Gogh me persoonlijk op de schouder tikte en zei: kijk, het wordt weer lente. En ik geloofde hem meteen. En ja, ik werd er blij van. Niet alleen door de symboliek van nieuw leven (hoewel die bij dit werk bijna tastbaar is) maar ook door die bijna kinderlijke vreugde die uit het schilderij straalt. Soms wandel je door een museum en zie je iets moois. En soms loop je tegen de lente aan.

Paul Rem is architectuur- en kunsthistoricus en conservator op Paleis Het Loo. Hij is bestuurslid van diverse musea, internationaal erkend expert ‘Oude meubelen’ en lid van het ‘TEFAF vetting committee’. Regelmatig schuift hij aan als tafelgast in Tijd voor MAX.  Maak ook eens een stadswandeling langs de Nederlandse bouwkunst met Paul Rem. Lees hier al zijn columns.

(Foto: Shutterstock)

Geef een reactie