Doe mee aan de Nationale Tuinvogeltelling en help de vogels in Nederland
Tijdens het laatste weekend van januari, van 30 tot en met 1 februari 2026, vindt opnieuw de Nationale Tuinvogeltelling plaats. Tienduizenden mensen tellen dan een half uur lang de vogels in hun tuin of op hun balkon. Door deze grote gezamenlijke inspanning wordt de vogelstand nauwkeurig in de gaten gehouden, wat bijdraagt aan een betere bescherming van de vogels in Nederland.
Waarom wordt de Nationale Tuinvogeltelling georganiseerd?
De Nationale Tuinvogeltelling wordt al sinds 2003 georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het doel van de telling is om inzicht te krijgen in welke vogels zich in de winter in Nederlandse tuinen ophouden en in welke aantallen.
Deze informatie is belangrijk omdat:
- sommige vogelsoorten het moeilijk hebben en extra bescherming nodig hebben.
- de gegevens helpen om trends te herkennen, zoals dalende of stijgende populaties.
- onderzoekers kunnen zien hoe veranderingen in de leefomgeving de vogelstand beïnvloeden.
Hoe meer mensen meedoen, hoe betrouwbaarder het overzicht wordt. Bioloog Auke Florian Hiemstra vertelt er meer over in Tijd voor MAX.

Hoe werkt de Nationale Tuinvogeltelling?
De Nationale Tuinvogeltelling is een grootschalig burgeronderzoek. Iedereen in Nederland kan meedoen door een half uur lang vogels te tellen in de eigen tuin of op het balkon.
Wanneer telt u?
De telling vindt plaats in het laatste weekend van januari. Voor 2026 zijn de telmomenten vrijdag 30 januari, zaterdag 31 januari of zondag 1 februari. U kiest een van deze dagen en telt 1 keer een half uur.
Waar telt u?
Voor de Tuinvogeltelling telt u in uw eigen tuin: dat kan uw achtertuin zijn, uw voortuin of uw balkon. Het gaat erom dat u alleen vogels telt die in uw tuin of op uw balkon landen. Vogels die alleen voorbij vliegen, tellen niet mee, omdat zij geen gebruik maken van de tuin zelf en daardoor geen betrouwbaar beeld geven van de aanwezige tuinvogels. Het is verder niet nodig om uw tuin speciaal aan te passen. U hoeft alleen op een rustige plek te gaan zitten van waaruit u goed zicht hebt op de omgeving. Zorg dat u gedurende het half uur zo min mogelijk verstoort, zodat de vogels zich vrij voelen om te landen.
Wat moet u tellen?
Tijdens het tellen noteert u alle vogelsoorten die daadwerkelijk in uw tuin of op uw balkon landen. Tel vogels niet steeds opnieuw bij elkaar op, want dan kunt u dezelfde vogel per ongeluk meerdere keren tellen. Geef daarom per soort alleen het hoogste aantal door dat u op 1 moment tegelijk hebt gezien. Stel dat u tijdens het halfuur tellen eerst 3 koolmezen tegelijk in uw tuin ziet. Later, op een ander moment, ziet u er 5 tegelijk. Ook al heeft u op 2 verschillende momenten koolmezen waargenomen, dan nog telt u deze aantallen niet bij elkaar op. U geeft alleen het hoogste aantal door dat u op 1 moment tegelijk hebt gezien. In dit geval noteert u dus dat u 5 koolmezen hebt gezien.
Wanneer moet u de telling doorgeven?
U kunt uw telling doorgeven via de web-app mijntuinvogeltelling.nl. Vul deze uiterlijk maandagochtend 2 februari in vóór 12 uur.
Handig hulpmiddel voor tijdens de Nationale Tuinvogeltelling
Tijdens de telling kan het gebeuren dat er een vogel opduikt waarvan u niet meteen weet welke soort het is. Dat is heel normaal, zelfs ervaren tellers twijfelen weleens. Het handigste is om meteen een foto te maken: zo kunt u de vogel later rustig bestuderen zonder dat u bang hoeft te zijn dat hij alweer verdwenen is.
Wilt u de soort achteraf bepalen, dan zijn er verschillende hulpmiddelen beschikbaar. Op de website van Vogelbescherming Nederland vindt u bijvoorbeeld een overzicht van veelvoorkomende tuinvogels, dat u op weg kan helpen bij herkenning. Voor wie nóg dieper wil zoeken, is er de uitgebreide vogelgids, waarin u honderden soorten kunt bekijken en vergelijken.
(Bron: vogelbescherming.nl, sovon.nl. Foto: Shutterstock)
