Elfstedentocht 1929

Omroep: MAX

Duur: 0:01:51

Uitzending: do 7 feb 2019 01:00

0:01:51

Elfstedentocht 1929

0:02:02

Efstedentocht 1933

0:04:52

Elfstedentocht 1954

0:10:18

Elfstedentocht 1963

0:06:46

Elfstedentocht 1985

Dromen van de 16e Elfstedentocht

Sinds de eerste Elfstedentocht in 1909 hebben we zo nog nooit lang moeten wachten op een volgende: op 8 februari 2019 is het 8070 dagen geleden. Nu alweer 22 jaar geleden binden de toer- en wedstrijdschaatsers voor het laatst de ijzers onder om vervolgens de 11 Friese steden aan te doen. Soms slaat de twijfel toe of de Tocht der Tochten ooit nog zal worden verreden: met het opwarmen van de aarde zal de Elfstedentocht zeker minder frequent worden gehouden dan vroeger. Daarom een terugblik op alle verreden Tochten der Tochten.

Hoe langer het geleden is dat een Elfstedentocht is georganiseerd, des te meer wij Nederlanders lijken te smachten naar een koude winter en dus naar een Elfstedentocht. Als het een beetje vriest, luidt de standaardvraag aan weervrouwen en –mannen: ”Komt er een Elfstedentocht?”. Deze weermensen kunnen niet anders antwoorden dan dat zij ook geen glazen bol hebben en dat de frequentie van Elfstedentochten door de opwarming van de aarde zal afnemen.

Lange afstand schaatsers moeten genoegen nemen met de alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk of een wedstrijd op ondergespoten land. Wedstrijden op natuurijs naast de Elfstedentocht zijn ook een zeldzaamheid geworden. Is voor de schaatser een Elfstedentocht een beproeving op wil en doorzettingsvermogen, dan is het wachten op een volgende Tocht een beproeving op doorzettingsvermogen in geduld. Het verlangen naar de 16e Elfstedentocht wakkert nostalgische herinneringen aan.

De eerste Elfstedentocht

Dat de Elfstedentocht in Friesland wordt verreden, heeft te maken met het feit dat de Friesche IJsbond de enige bond in Nederland is die het voorstel van sportpionier Pim Mulier wil uitvoeren: Mulier wil een schaatswedstrijd van 200 kilometer die elk jaar verreden wordt. Ander provinciale ijsbonden zijn van mening dat er geen aaneensluitende route van 200 kilometer kan worden uitgezet.

De eerste Tocht der Tochten wordt verreden op 2 januari 1909. Er zouden 48 mannen van start gaan, maar vanwege intredende dooi houdt een deel het voor gezien, waardoor 22 mannen strijden om de eerste overwinning van de Tocht der Tochten. Het wordt een wedstrijd van glibberen, struikelen, lopen en vallen door een eindeloze mix van water en ijs. De wedstrijd eindigt in een spannend gevecht tussen dominee Minne Hoekstra uit Warga, de boer Gerlof van der Leij uit Marrum en de Amsterdamse luitenant Tiete Rooseboom. Slechts 9 mannen halen de eindstreep in Leeuwaren met dominee Minne Hoekstra als eerste winnaar in een tijd van 13 uur en 50 minuten. Van der Leij eindigt als 2e en Rooseboom als 3e. De mannen die de wedstrijd uitrijden ontvangen het inmiddels beroemde Elfstedenkruisje. Het is ontworpen door Pim Mulier.

De Friesche IJsbond wil het bij deze ene tocht houden, maar Pim Mulier en de Leeuwardense jurist Mindert Hepkema willen het ijsfestijn als het kan elk jaar organiseren. Daarom richt Hepkema samen met andere enthousiaste Friezen op 15 januari 1909 de Vereniging De Friesche Elf Steden op die de organisatie van de Elfstedentocht op zich neemt. Hepkema is tot 1947 voorzitter van de Vereniging.

Na de eerste Elfstedentocht en de aandacht voor de wedstrijd is het enthousiasme groot en schrijven talloze schaatsers zich in voor de volgende Elfstedentocht. Die wordt verreden op 7 februari 1912 na 2 keer in die winter te zijn afgelast. Het wordt een gigantisch waterballet met regen, 4 graden en een heuse voorjaarsbries. Winnaar wordt de Arnhemmer Coen de Koning die in 1905 wereldkampioen schaatsen is geworden en werelduurrecordhouder is. Hij huurt een gids die bijzonder goed kan schaatsen en als gangmaker dient. Het parcours is in die tijd nog niet zo goed aangegeven. Jan Ferwerda en Sjoerd Swierstra eindigen als 2e en 3e.

Na de wedstrijd verwijt Jan Ferwerda De Koning gebruik te hebben gemaakt van een gangmaker. Dit valt helemaal verkeerd bij de wereldkampioen van 1905: als in 1917 de 3e Elfstedentocht wordt verreden, zegt hij dat hij en niemand anders de wedstrijd zal gaan winnen. En dat doet hij ook op een memorabele wijze. Gedreven door wraakgevoelens rijdt De Koning maar liefst 170 kilometer solo! Aan de meet heeft hij 28 minuten voorsprong op nummer 2 Sjoerd Swierstra en 1 uur en 11 minuten op nummer 3, Gerlof van der Leij. De Koning rijdt de wedstrijd uit in een record van 9 uur en 53 minuten. Een verslaggever vraagt De Koning of hij nog heeft gereden met Ferwerda. De Koning: “Nee, die neemt mij de streken te kort.”

Het duurt dan 12 jaar voordat de winter streng genoeg is voor de 4e Tocht. Op 12 februari 1929 gaan 301 rijders van start. Het vriest 18 graden en er waait een barre oostenwind. Er rijdt voor het eerst een buitenlander mee, een Amerikaan, Sussdorf genaamd, die de tocht niet uitrijdt. Winnaar wordt de 39-jarige kolensjouwer uit Leeuwarden Karst Leemburg. Lange tijd ziet het er naar uit dat de overwinning gaat naar of Cor Jongert uit Ilpendam of Nico Pronk uit Warmerhuizen. Bij Menaldum rijden de 2 echter verkeerd. Leemburg wint in een tijd van 11 uur en 9 minuten, gevolgd door Jongert en Sjouke Westra. Als het Elfstedenbestuur Leemburg komt feliciteren, zegt hij in het Fries: “Eerst naar mijn oude moeder”. Leemburg houdt aan de Elfstedentocht een bevroren teen over die later is geamputeerd. Deze teen staat op sterk water en is te bewonderen in een vitrinekast in het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen.

Vanwege de strenge winter organiseren kroegbazen een 2e Elfstedentocht in 1929. Deze onofficiële tocht wordt gewonnen door Marten van der Kooij uit Hindeloopen.

De 5e Elfstedentocht, verreden op 16 december 1933, is de enige die in december wordt gehouden. De rijders schaatsen voor het eerst de Tocht met de klok mee, de 4 voorgaande Tochten zijn tegen de klok in geschaatst. Er gaan 540 rijders van start en de Tocht kent 2 winnaars: Abe de Vries uit Donrijp en Sipke Casteleijn uit Wartena die gezellig de wedstrijd met z’n tweeën uitrijden. Ze gaan, zonder dat ze het weten, de streep over in Leeuwarden. De finish is niet goed zichtbaar en als het bestuur De Vries uitroept als winnaar weigert hij de prijs. De Vries: “Sipke heeft net zoveel recht op de overwinning als ik.” Het bestuur roept daarom beide rijders uit als winnaars in een recordtijd van 9 uur en 5 minuten. Voordat De Vries naar de prijsuitreiking gaat, moet hij eerst naar huis om de koeien te melken. Ype Smid uit Hindeloopen eindigt als 3e. De Amerikaan Susskind weet dit keer de Tocht wel te volbrengen.

Elfstedentocht

Oud-winnaar Abe de Vries.

Pact van Dokkum

Op 30 januari 1940 wordt de 6e verreden en het wordt een beroemde Tocht der Tochten waarover lang zal worden nagepraat. Bij Dokkum liggen 5 schaatsers op kop, te weten Dirk van der Duim, Auke Adema, Sjouke Westra, Piet Keijzer en Cor Jongert. Ze hebben de hele Tocht samen gereden en besluiten samen te finishen zonder voor de overwinning te sprinten, wat later het Pact van Dokkum is gaan heten. Met het finishdoek in zicht en de juichende massa op de wallen besluit Adema toch te sprinten, maar wordt op de streep geklopt door de pas 21 jarige Keijzer. Jongert weet als eerste af te stempelen, waardoor 3 mannen de overwinning claimen. ’s Middags bij de commissaris van de Koningin weet prins Bernhard het bestuur te overtuigen alle 5 als winnaars uit te roepen. Het bestuur neemt het voorstel over hetgeen bij Keijzer kwaad bloed zet. Hij moet meer dan 60 jaar wachten op gerechtigheid: in 2002 roept het bestuur Keijzer uit als eerste.

Op 6 februari 1941 wordt de 7e verreden. Nederland is bezet hetgeen de nodige problemen oplevert: De Tocht wordt voor een deel in het donker verreden en vanwege de oorlog moeten de ramen van zonsondergang tot zonsopgang worden verduisterd. Het sneeuwt bijna onafgebroken, waardoor het parcours moeilijk begaanbaar is. Auke Adema uit Franeker wint met 3 minuten voorsprong op Joop Bosman uit Breukelen en 5 minuten op Lo Geveke uit Leeuwarden. Niemand in de straat waar Adema woont, kent Auke Adema onder diens familienaam. Pas als duidelijk wordt dat Auke Lor (hij is zoon van een lompenhandelaar) heeft gewonnen, beseffen zijn buren dat hij de 7e Elfstedentocht op zijn naam heeft geschreven.

Elfstedentocht

Auke Adema in 1941

Onder goede omstandigheden wordt op 22 januari 1942 de 8e verreden, de 2e onder Duitse bezetting. Er wordt tegen de klok ingereden. Na Sneek gaat het voor een deel van de kanshebbers op de overwinning fout: ze nemen de verkeerde afslag en komen daar, mede door de verplichte verduistering, pas laat achter. Sietze de Groot uit Weidum, Dirk de Jong uit Huizum en Jan van der Bij uit Julianadorp maken die fout niet en sprinten voor de eindoverwinning. De Groot wint met 9 seconden voorsprong op De Jong en 10 seconden op Van der Bij.

Diskwalificatie

Door wisselende omstandigheden in het weer wordt er in de winter van 1946 op 1947 maar liefst 5 maal een datum geprikt voor het houden van de 9e Elfstedentocht. Deze vindt uiteindelijk doorgang op 8 februari 1947. De Tocht wordt gekenmerkt door strenge vorst en storm. Door die slechte omstandigheden verschijnen maar 277 wedsstrijdschaatsers aan de start. Er is een nieuwe regel: wedstrijdrijders moeten binnen 2 uur van de winnaar binnen zijn, anders worden zij gediskwalificeerd. Joop Bosman wint de wedstrijd, gevolgd door Klaas Schipper en Jeen Nauta. ’s Avonds komt het bestuur ter ore dat sommige schaatsers van voorrijders hebben gebruik gemaakt zodat zij uit de wind blijven. Er zijn er zelfs die hele stukken per auto zijn vervoerd. Daarom wordt Jan van der Hoorn uit Ter Aar uitgeroepen tot winnaar. Na onderzoek krijgen de gebroeders Jacob en Wierd Wijnia in 1997 alsnog het Elfstedenkruisje opgespeld: zij blijken achteraf niets fout te hebben gedaan.

Vanwege de onrechtmatigheden bij de 9e, besluit het bestuur tijdens de 10e strenger te controleren. Zo zijn er vanaf dat moment verborgen, niet aangekondigde stempelposten. Door de barre weersomstandigheden blijven veel schaatsers thuis. Op de dag van de 10e Elfstedentocht zelf, op 3 februari 1954, is het echter prachtig weer om te schaatsen: er wordt zelfs een nieuw record gevestigd van 7 uur en 35 minuten. De finish zorgt voor veel discussie. Op ongeveer 200 meter voor de streep heeft de organisatie een kluunplaats gemaakt, zodat de rijders via een loopbrug de weg moeten oversteken om daarna weer het ijs op te gaan. De Fries Jeen van den Berg heeft dit het eerste door, waardoor hij de 10e Elfstedentocht op zijn naam weet te zetten. Op 3 seconden volgt Aad de Koning en op 8 seconden Jan Charisius. Het is tot op heden de laatste keer dat een Fries de Elfstedentocht wint.

Jeen van den Berg

Jeen van den Berg gaat als eerste over de finish.

Stevige vorst en slecht ijs zijn de ingrediënten van de 11e Elfstedentocht op 14 februari 1956. Ook deze keer is de einduitslag voer voor discussie. De mannen uit de overgebleven kopgroep, bestaande uit Jeen Nauta, Aad van der Hoorn, Aad de Koning, Maus Wijnhout en Anton Verhoeven, hebben die dag samen heel wat meegemaakt. Ze besluiten daarom bij Vrouwbuurstermolen gezamenlijk over de finish te gaan. Heel Nederland weet al van de afspraak via de radio. De mensen aan de finish zien verbaasd de 5 over de finish gaan terwijl ze zich hadden opgemaakt voor een spannende eindsprint. Als Jeen van den Berg als 6e over de meet gaat, wordt die met luid gejuich ontvangen. Het bestuur besluit de 5 te diskwalificeren en biedt Van den Berg de overwinning aan. Die weigert waardoor het bestuur besluit geen winnaar uit te roepen omdat de 5 er geen sportieve eindstrijd van hebben gemaakt. De uitslag blijft wel staan.

De hel van ‘63

Op 18 januari 1963 wordt de zwaarste Elfstedentocht uit de geschiedenis verreden. Bij de start vriest het 18 graden en ook als de dag aanbreekt, blijft de temperatuur ver onder 0, mede door de sterke noordoosten wind. Van de 568 wedstrijdrijders weten slechts 57 binnen de vereiste 2 uur van de winnaar te finishen en van de 9294 toerrijders weten slechts 69 de meet te halen! Het is Reinier Paping uit Ommen die deze Tocht der Tochten bepaalt. Hij sprint regelmatig weg uit de kopgroep en rijdt vanaf Witmarsum alleen de 12e Elfstedentocht uit. Hij finisht in een tijd van 10 uur en 59 minuten, gevolgd door Jan Uitham op 22 minuten en Jeen van den Berg op 24 minuten. Na de finish vraagt journalist Joop van Zijl aan Paping wat hij die ochtend heeft gegeten. “Och, wat lichte kost. Een bord Brinta,” luidt het antwoord. Hierdoor biedt de directie van Brinta hem een contract aan waarmee hij 500 gulden, een aansteker en een föhn verdient. De kijkers van het programma Studio Sport roepen Reinier Paping uit tot de Nederlandse sporter die de meest aansprekende individuele sportprestatie heeft geleverd van de 20e eeuw. De Elfstedentocht van 1963 is de meest heroïsche van alle 15 Elfstedentochten.

Elfstedentocht

Winnaar Reinier Paping.

Na 22 jaar kan op 21 februari 1985 de 13e Elfstedentocht worden verreden. Dat er zo’n lange tijd geen Tocht der Tochten kan worden gehouden, schrijft men onder andere toe aan het feit dat centrales en industrie relatief warm koelwater lozen, waardoor het 4 graden meer moet vriezen dan in 1963 om dezelfde ijsdikte te krijgen. Die dag gaat het dooien, maar het ijs is redelijk goed. Voor het eerst mogen vrouwen meedoen aan de wedstrijd, er is echter nog geen aparte wedstrijd voor hen. In heel Nederland breekt gekte uit en de NOS zendt deze Elfstedentocht rechtstreeks uit. Jos Niesten, Henri Ruitenberg en Jan Kooiman gelden als favorieten. Zij komen samen met de onbekende veeboer Evert van Benthem uit Sint Jansklooster op de Bonkervaart aan en maken zich op voor de eindsprint. Van Benthem wint met een kleine voorsprong op Henri Ruitenberg, Jos Niesten en Jan Kooiman. Zij finishen allen in een eindtijd van 6 uur en 47 minuten en 44 seconden. Lenie van der Hoorn-Langelaan komt op 47 minuten na Van Benthem binnen als eerste vrouw, gevolgd door Betty Westerveld en Ineke Kooiman.

Elfstedentocht

Evert van Benthem gaat als eerste door de finish op de Bonkevaart.

Iets meer dan een jaar later staan de rijders weer op het Friese ijs, ditmaal voor de 14e editie van de Elfstedentocht op 26 februari 1986. Weer is Evert van Benthem van de partij en aan het eind van de wedstrijd kan alleen Rein Jonker hem volgen. Van Benthem slaat vlak voor de passage van Oudkerk toe en gaat alleen op de finish af en weet zo voor de 2e achtereenvolgende maal de Elfstedentocht op zijn naam te schrijven in een tijd van 6 uur 55 minuten en 17 seconden. Jonker wordt 2e op 1 minuut en 7 seconden gevolgd door Robert Kamperman op 1 minuut en 30 seconden van de winnaar. Tineke Dijkshoorn-Oltshoorn eindigt bij de vrouwen als eerste. Achteraf blijkt dat ook kroonprins Willem-Alexander onder de schuilnaam W.A. van Buren heeft meegereden.

Elfstedentocht

Juichend gaat ‘W.A. Van Buren’ over de eindstreep.

De laatste in 1996

Begin januari 1996 zet de vorst door en is het op 4 januari dat de laatste Elfstedentocht wordt verreden. Het is de zwaarste sinds 1963 vanwege de vorst en de harde wind. Op de Bonkervaart aangekomen, zijn er nog 5 rijders in de strijd om de eindzege. Het wordt een legendarische sprint die door Henk Angenent, spruitjeskweker uit Woubrugge, wordt gewonnen vlak voor favoriet Erik Hulzebosch. Zij finishen beiden in een tijd van 6 uur 49 minuten en 18 seconden, gevolg door Bert Verduin op 1 seconde. Klasina Seinstra komt op iets minder dan een uur van Angenent over de streep en is daarmee winnares bij de vrouwen, voor Greta Smit en Boukje Bron. Als eerbetoon aan spruitjeskweker Henk Angenent, mag de leider van de Greenery zesdaagse op kunstijs, die tot en met 2007 wordt georganiseerd, het zogenaamde spruitjespak dragen.

Elfstedentocht

Angenent gaat als winnaar over de finish na de 15e elfstedentocht. Links Hulzebosch die als tweede eindigde.

De kans op een Elfstedentocht is in de laatste decennia afgenomen. Neemt in de eerste helft van de vorige eeuw de jaarlijkse kans op een Elfstedentocht toe, van 20 procent naar 26 procent, in de 2e helft neemt die drastisch af: in 2017 is de kans nog maar 6.7 procent dat er in dat jaar de Tocht der Tochten wordt verreden, hetgeen statistisch betekent dat er ongeveer elke 15 jaar een Elfstedentocht zou kunnen worden geschaatst. Op 8 februari 2019 gaan we de langste periode in zonder Elfstedentocht en zijn Henk Angenent en Klasina Seinstra de schaatsers die het langst de laatste winnaars zijn. Sporthistoricus en –journalist Jurryt van de Vooren schrijft er een boek over dat op die dag verschijnt, getiteld 8070 Dagen-Wachten op een Elfstedentocht. Op en rond 8 februari zal de langste Elfstedentochtloze periode uitvoerig aandacht krijgen. Het lijkt alsof het tekort aan Elfstedentochten de Elfstedentochtenkoorts alleen maar doet verhogen.

Piet Paulusma is vrijdag 8 februari 2019 bij Tijd voor MAX om te praten over zijn werk als weerman en de Elfstedentocht.  

(Bron: Scientis.nl, Schaatsen.nl, NRC.nl, Elfstedensite.nl, Elfstedentocht.frl, Wikipedia, ANP)

Meer beelden van vroeger zien? Neem eens een kijkje in het online archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Geef een reactie