Duur 06:50
Gepubliceerd op 8 februari 2012

Hyperventilatie

Wanneer we te snel en te diep ademhalen, kunnen we gaan hyperventileren. De een krijgt het een keer in zijn leven, bij de ander slaat het om de haverklap toe. Hoe ontstaat hyperventilatie en is er iets aan te doen?

Wat is hyperventilatie?

Hyperventilatie betekent te snel en te diep ademhalen. Ademen doe we om zuurstof binnen te krijgen en koolzuur (CO2) kwijt te raken. CO2 is het afvalproduct dat bij verbranding van voedingsstoffen in de spieren vrijkomt. We kunnen niet teveel zuurstof in ons bloed krijgen, maar wel te weinig koolzuur. Het is een aanpassing van het lichaam. Wanneer er gevaar dreigt  en we moeten vluchten dan bereidt het lichaam zich daarop voor door het aanmaken van stresshormonen als adrenaline en door alvast zoveel mogelijk afvalstoffen op te ruimen. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld hard weglopen. De eerste keer dat zoiets gebeurt is er misschien wel een enge situatie: een bijna-ongeval, een enge film, een schrikreactie. Maar bij sommige mensen ontstaat er een angst dat zoiets weer kan gebeuren. Dan ontstaat hyperventileren ook zonder dat er sprake is van gevaar. Dat heet ook wel een paniekaanval. Het gaat soms een eigen leven leiden. Wanneer dat vaak voorkomt dan is er spraken van een paniekstoornis.

Symptomen

Hyperventilatie  geeft allerlei lichamelijke verschijnselen: duizeligheid, hartkloppingen, hartbonzen, een droge mond, een benauwd gevoel, tintelingen in handen en voeten en rond de mond, een stijf gevoel in de vingers, zweten, klamme handen, trillen, beven, misselijkheid, diarree, opvliegers, koude rillingen, angst om flauw te vallen of om dood te gaan. Het is niet gevaarlijk, u gaat er niet aan dood, maar veel mensen denken van wel en dat geeft nog meer angst. Het idee dat de pijn op de borst misschien wel een hartaanval betekent, kan veel angst geven. Op den duur ontstaat er angst voor de angst.

Oorzaken

Het kan zijn dat u stress of spanningen heeft. Dingen waar u wakker van ligt of angst voor enge dingen of situaties. Sommige mensen zijn bang om te gaan blozen of om op te treden. Of om publiekelijk af te gaan. Sommige mensen gaat dat. Dan is er sprake van een fobie. Sommige mensen durven bijvoorbeeld niet in een lift, omdat ze bang zijn dat dan een aanval optreedt en ze er niet uitkunnen. Of ze hebben pleinvrees, omdat ze bang zijn dat ze het midden op het plein krijgen.

Verzet de zinnen

Een hyperventilatieaanval is te stoppen door wat anders te doen. Verzet de zinnen. Ga een stuk (hard)lopen, touwtje springen of doe kniebuigingen. Het lichaam was zich daar immers op aan het voorbereiden. U kan ook dezelfde lucht weer inademen. Dat doet u door in een plastic zak te blazen. Het beste is om ademhalingsoefeningen te doen.  Buikademhaling werkt beter dan borstademhaling. En vooral 2 keer zo langzaam uitademen als inademen.

Sommige mensen hebben maar één keer in hun leven een hyperventilatieaanval, bij anderen herhaalt het zicht steeds weer. Het helpt om in een dagboekje bij te houden wanneer het optreedt, zodat u een verband kunt zoeken met de dingen die u doet. Kalmerende middelen helpen soms even, maar lossen de oorzaak niet op en werken vaak verslavend. Praat met een psycholoog of coach en ga na waar de angst vandaan komt. Met cognitieve gedragstherapie kunt u dan een andere betekenis aan de angst geven.  Yoga en ontspanningsoefeningen kunnen ook helpen. In sommige gevallen helpt het om te praten met lotgenoten.

Dit onderwerp is behandeld in KoffieMAX op 8 februari 2012.

Geef een reactie

Bekijk ook

Meer